Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 522.

(I. Verordeningen).

P. 523 tekst, reg. 3 v. o. — Toevoeging: Over dit arrest vgl. Boasson p. 66—72, waarbij vgl. 1. 1. p. 72—73 over het door hem vermelde arrest H. R. van 28 Febr. 1898 W. 7089, 1. 1. p. 73 over H. R. 23 April 1894 W. 6494 en 1. 1» p. 75—76 over arresten van den Hoogen Raad, betrekking hebbend op art. 190 Grw. 1848. — H. R. 21 Juni 1920 W. 10609, N. J. 1920 p. 764 overwoog .aldus: Nu de wet van 1891 Stbl. 69 in art. 1 de gevallen omschrijft, ten aanzien waarvan door straffen te handhaven bepalingen bij algemeenen maatregel mogen worden vastgesteld en in den aanhef van dat artikel zelf die bepalingen aanmerkt als te strekken ter bescherming van 's Rijks waterstaatswerken, staat de vraag, ofaanditvereischte is voldaan, niet ter beoordeeling van den rechter. — Dit arrest zegt in één adem 1° dat gemeld art. 1 bij voorbaat de uit te vaardigen Koninklijke besluiten aanmerkt als strekkende ter bescherming van 's Rijks waterstaatswerken en 2° dat die strekking een „vereischte" is voor de bevoegdheid van den (de) Koning(in). Is het tweede juist, wat het geval is, dan is het eerste onjuist. M. i. had de Hooge Raad moeten overwegen zooals het arrest van 22 Jan. 1900 heeft gedaan.

P. 523 noot. — Toevoeging: Ygl. Boassok p. 66 noot.

P. 524 al. 2 i. f. — Toevoeging: Over het arrest H. R. van 24 Dec. 1906 vgl. Boasson p. 64—66.

P. 524 tekst, reg. 6 v. o. — De woorden „het slot van" vervallen ingevolge de wet van 12 Juni 1909 Stbl. 146, zie nu art. 29 (1°) Ongevallenwet (tekst 1921 Stbl. 819). — Art. 4 Arbeidswet 1889, zie nu art. 10 wet 1919, tekst 1922 Stbl. 457.

P. 524 reg. 2 v. o. — Toevoeging:

d. Daar het slot van art. 31 lid 1 (nu art. 29, 1°) Ongevallenwet sedert de wet van 1909 Stbl. 146 de bevoegdheid geeft om bij den in dat artikel bedoelden algemeenen maatregel de bedrijven naar gelang van de plaatselijke verschillen in verschillende gevarenklassen in te deelen, kan, als van die

Sluiten