Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 538.

p. 218 v. o. geciteerd arr. H. R. van 4 Juni 1928 over afweging van verschillende algemeene belangen tegen elkaar. Verder zie Ktg. Middelburg s. d. G.st. 3137 (5°); Ktg. Zwolle 12 Nov. 1925 N. J. 1926 p. 192.

P. 538 tekst, reg. 12 v. o. — Bij „dat belang" oen noot: Boasson p. 37—38 (vgl. zijn p. 35—37 over Gkegory's conclusies vóór de arresten H. R. van 1875 en 1898) betwist dat de Hooge Raad zóó onderscheidt als de conclusie vóór het arrest van 1885 aanduidt. Ook m. i. is in die conclusie de onderscheiding niet juist geformuleerd. Maar met zijn bezwaar dat de Hooge Raad niet steeds overweegt: de verordening betreft, enz., doch als een gelijkwaardigen term bezigt, b.v. dat zij is vereischt in het belang enz., zoekt B. spijkers op laag water. Vgl. den tekst van art. 135 Gem.wet en Inl. p. 532 v. b. Boasson acht de onderscheiding van den Hoogen Raad hierin gelegen dat verboden is het onderzoek, of een verordening in het konkreete geval dienstig is voor het gemeentebelang en daarentegen geoorloofd het onderzoek, of zij in abstracto aan dat belang bevorderlijk kan zijn. In dien zin ook voor de administratieve rechtspraak over gedragingen van het uitvoerend gezag Vos in Themis 1911 p. 407—410. Het verschil tusschen deze formuleering en de Inl. p. 538 gemaakte is, dunkt mij, als het bestaat, gering. Maar geeft b.v. in een geval als dat van art 11 Hinderwet de laatstbedoelde formuleering niet beter dan de andere aan, waarover de administratieve rechter wèl en waarover hij niet zou moeten oordeelen? Dat Vos de twee formuleeringen als van gelijke beteekenis aanmerkt, kan men afleiden uit W. B. A. 3354, waar hij (de Redaktie) die der Themis bezigt naar aanleiding van het t. a. p. door hem verdedigde arrest H. R. van 8 April 1913, dat juist het woord „betreft" heeft. Vgl. ook W. B. A. 3355. A priori is het niet waarschijnlijk dat de Hooge Raad zich zuiver theoretisch de vraag zou stellen, of zekere verordening in abstracto het algemeen belang kan bevorderen en ligt het wegens art. 135 Gem.wet voor de hand

Sluiten