Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 557.

onderzoek door de rechterlijke macht in Frankrijk naar détournement de pouvoir als reden van onwettigheid zie Réglade in Revue du droit public 1923 p. 415.

P. 557 reg. 5 v. b. — Bij „wettige" een noot: Vgl. naar aanleiding der Distributiewet 1916, Hof 's-Gravenhage 22 Juni 1922 W. 10942.

P. 557 al. 2. — Schepel 2e dr., respektievelijk p. 203-211, 223—225, 232—233, 233—237, 200—204, 219.

P. 557 noot. — Toevoeging: Vgl. nog Boasson p. 340 342. Daar blijkt niet, of de door hem vermelde Fransche arresten terecht hebben gesproken van wettigheid der maatregelen. Zie Michoud 1. 1. p. 106 v. o.—108; Vos in Themis 1911 p. 371 noot 1 en "W. B. A. 3360.

P. 559 reg. 3 v. b. — Na „f." in te voegen: Vgl. zijn Das freie Ermessen (1924) p. 80-100 jis p. >62—63.

P. 559 no. 21 i. f. — Toevoeging: Bijl" Hand" Tweede Kamer, bij Inl. p. 557 reg. 1 geciteerd, die van 1917—1918 no. 393 (Crisisrechtspraak) 4° § 2, 5° § 2, 8°-9°, 11°-13°, Hand» Tweede Kamer 1917—1918 p. 2814 kol. 1, 2817 kol. 1 v. b., 2819 kol. 1, 2825 kol. 1, 2826, 2830, Hand» Eerste Kamer 1917—1918 p. 816—818; art. 1 lid 6 wet 1918 Stbl. 494 en naar aanleiding daarvan IJulder -(bij Inl. p. 556 noot geciteerd) p. 115—121.

P. 559 tekst, reg. 4 v. o. — Bij „geoorloofd" een noot: In dit verband vgl. Boasson p. 122—125 over de procedure aangaande de Boxtelsche gasconcessie, beëindigd door het arrest Hof 's-Hertogenbosch van 13 Mei 1902 W. 7776, waaruit B. afleidt dat men met juridische constructies het gebied van het vrije goedvinden kan afbrokkelen. Echter had het Hof dat viije goedvinden toen daarom niet aanwezig geacht, omdat het van oordeel was dat de gemeente een civielrechtelijk contract had geschonden. Men kan die opvatting van het Hof onjuist achten (vgl. mijn Grenzen p. 99 noot 176), maar als men van haar uitgaat, was er geen vrij goedvinden der gemeente. Daarom

Sluiten