Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 675.

voor een bevel tot doorhaling der ten behoeve van een minderjarige genomen hypothekaire inschrijving.

P. 678 tekst, reg. 5 v. o. — Toevoeging: F no. 7.

P. 680 reg. 7 v. b. — Na „de" in te voegen: vermogensrechtelijke P. 680 al. 1 i. f. — Toevoeging: Ygl. nog naar aanleiding van het Inl. p. 675—676 vermelde Arnhemsche vonnis van 1885, diss. W. C. Lohman (bij Inl. p. 863 reg. 12 v. b. geciteerd) p. 92—95.

P. 682. — Na no. 6.

6 A. Hof 's-Gravenhage 15 Dec. 1924 W. 11299 overwoog dat het geven van een bevel aan het openbaar gezag tot heiziening eener wettige handeling buiten de bevoegdheid der

rechterlijke macht valt.

P. 683 reg. 2 v. b. — Na „Grw." in te voegen: [1887, nu art. 154] P. 683 reg. 11 v. b. — In plaats van „10" lees: 30 j° 29. — Na „I" in te voegen: en IY no. 15 (waar de Jong sommige niet gepubliceerde beslissingen vermeldt, terwijl verschillende andere geen betrekking hebben op de hier in de Inl. bedoelde kwesties); Léon-Lodder nos. 68 en 69, beide P. 683, reg. 12 v. b. — Na „Rv.," in te voegen: W. v. Rossem Bz., Het Ned. Wb. v. B. Rv., 3e dr. (Cleveringa en v. Rossem) p. 439—440; Star Bushann, Hoofdst. B. Rv. le dr. p. 108 noot, 2e dr. p. 112 noot.

P. 683 al. 1 i. f. — Hauriou lle dr. (1927) p. 351—352 met

noot 1 en p. 31.

P. 683 reg. 1 v. o.—Toevoeging: Ygl. nog E. M. M. in W. P. N. R. 2439 p. 469 die, m. i. ten onrechte, meent dat uit combinatie der arresten van den Hoogen Raad van 15 Jan. 1897 en van 31 Dec. 1915 de stelling volgt dat de President incompetent is, als de administratie optreedt krachtens art. 180 Gem.wet en competent, als zij optreedt krachtens art. 179/i Gem.wet. In 1915 stelde het cassatiemiddel niet schending van art. 289 Rv., zoodat de Hooge Raad toen de competentie van den President niet had te onderzoeken.

Sluiten