Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 725.

Nederlandsche onderdanen, doch het niet ontneemt aan vreemdelingen, die dat recht hebben krachtens art. 9 A. B. in verband met art. 126 lid 3 Rv.

P. 727 no. 7 i. f. — Hierbij een noot: Over de „redelijke"jurisdiktie, waarvan Jitta uitgaat, zie R. Mag. 1920 p. 242—243 noot.

P. 728 tekst, reg. 14 v. o. — Toevoeging: Vgl. Kosters, Ints burg. recht p. 258—259, 262 vv., 484—485, 492.

P. 729 reg. 7 v. b. — Toevoeging: Vgl. voorts, voor een echtscheiding tusschen vreemdelingen de op art. 266 B. W. steunende competentverklaring van Rb. 's-Gravenhage 28 Juni 1927 W. 11808, N. J. 1928 p. 1104. Rb. Amsterdam 18 Nov. 1915 W. 9875, N. J. 1916 p. 207, W. B. A. 3482, erkende implicite een echtscheiding, uitgesproken door een vreemden rechter, in wiens land het huwelijk was gesloten tusschen een Nederlander en een vrouw van andere nationaliteit dan die van 's rechters land. — Hof 's-Gravenhage 7 Febr. 1916 W. 9938, N. J. 1916 p. 319, W. P. N. R. 2418, leidde niet uit het volkenrecht, doch uit art. 6 A. B. af dat veranderingen in den persoonlijken staat van Nederlanders slechts door den Nederlandschen rechter kunnen geschieden, tenzij de Nederlandsche wet dien rechter niet aanwijst. Dat er hieromtrent uit art. 6 A. B. niets is af te leiden, besliste terecht op het beroep in cassatie (dat overigens werd verworpen) H. R. 24 Nov. 1916 W. 10098, N. J. 1917 p. 5. Vgl. Léon-v. Praag no. 19 op art. 6 A. B.

P. 729 reg. 10 v. b. — Na „Juni 1915" in te voegen: W. 9869,

P. 729 reg. 13 v. o. — Na „niet" in te voegen: (wat Hof Amsterdam 9 Mei 1916 W. 9988, N. J. 1916 p. 1100 wèl deed)

P. 729 reg. 11 v. o. — Toevoeging: Zoo ook in cassatie H. R. 16 Juni 1905 W. 8248, R.spr. 200 § 42, P. v. J. 464, W. P. N. R. 1865, G.st. 2817 (10°). Vgl. Léon-v. Praag no. 19 i. f. op art. 6 A. B.

P. 730 noot 1. — In plaats van „G no. 26" lees: J no. 2, R. O. p. 26 met Supplem.

P. 731 no. 11 i. f. —Toevoegingeener nieuwe alinea: Bij het hier

Sluiten