Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 733.

schrijvers worden hier, gelijk veelal in dit hoofdstuk, niel vermeld, omdat daartoe te veel ruimte zou worden vereischt).

P. 734 reg. 10 v. b. — Bij „46" een noot: Zie de toevoeging bij Inl. p. 733 no. 13 i. f.

P. 734 tekst, reg. 2 v. o. — Na „Sv." in te voegen : 1886 (zie nu art. 5)

P. 736 reg. 10 v. b. — Na „sub b" in te voegen: de geciteerden bij Léon-v. Praag Int. priv.recht p. 9—10

P. 736 reg. 14—15 v. b. — Noyon 4e dr. p. 70 en 77.

P. 736 noot 2, reg. 2. — v. Hamel 4e dr. p. 145 v. o.

P. 737 noot bij p. 736, reg. 2. — Simons, Leerb. I 5e dr. (1927) p. 100.

P. 737 noot bij p. 736, reg. 7. — Na „verruimd" in te voegen: (wat dan ook in latere uitgaven is geschied)

P. 737 noot bij p. 736 i. f. — Noyon 4e dr. p. 70 Doot 1.

§ 4 (De volkenrechtelijke immuniteit van jurisdiktie).

P. 737 noot 1. — Toevoeging: De lege ferenda over deze immuniteit Strupp in Beitrage zur Reform u. Kodifikation des völkerrechtlichen Immunitatsrechts IV0, p. 72—84 (Supplem. bij Z. V. dl. 13)

P. 738 reg. 18. — Na „1858" in te voegen : De fiktie is als volkenrechtelijke regel aangenomen door Rb. Amsterdam 14Febr. 1927 W. 11633, N. J. 1927 p. 487 en door Hoogger. Hof N.-Indië 10 Maart 1915 Ind. Tijdschr. v. h. Recht 110 p. 284.

P. 739 al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. de aankondigingen der dissertaties van Philipson en Reiger door M. S. Pols in Themis 1864 p. 575—610, 1865 p. 646—659, waarvan zie speciaal 1864 p. 586, 602. Verder Jitta, De wederopbouwp. 37jisp. 15—16.

P. 740 al. 1 i. f. — Toevoeging: Léon-Breukelman, Tractaten 2e Suppl. p. 165 citeert bij gemeld vonnis sommige schrijvers over volkenrecht.

P. 740 al. 2. — v. Hamel 4e dr. p. 152 en 153.

P. 740 reg. 7 v. o. — Bij „68" een noot: Rb. Dordt 11 Juli 1923 W. 11088 (daarover vgl. ook bij Inl. p. 747 no. 34) geeft een niet nader gestaafde beschouwing over de historische ontwik-

Sluiten