Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 91.

P. 91 no. 34 i. f. — Na „9404" in te voegen: Anders voor het geval dat de beslissing afhangt van de aan art. 2 lid 2 Ongevallenwet te geven toepassing, op motief dat dit punt behoort tot het gebied, uitsluitend overgelaten aan den ongevallenrechter, Ktg. Breda 26 Sept. 1928 W. 11984. Het geschil viel onder art. 2 R. O. en het hier bedoelde punt is, wegens het Inl. R. O. XV nos. 1 —2 bedoelde beginsel door de rechterlijke macht zelfstandig te onderzoeken, nu de Ongevallenwet er geen uitzondering voor behelst. Gedaagde beriep zich op uitspraken van den ongevallenrechter, die echter tusschen andere partijen moeten zijn gegeven. Het punt in kwestie tusschen partijen betrof enkel de uitlegging der Ongevallenwet. Ook daarom was de Kantonrechter niet gebonden aan een vroegere uitspraak van den ongevallenrechter.

P. 92 reg. 16 v. b. — Toevoeging: 41. De gewone rechter is bevoegd voor het verzet tegen een dwangbevel wegens het niet plakken van zegels overeenkomstig de Invaliditeitswet 1913 Stbl. 205 [zie artt. 235—236 j° 226,1°], indien het geschil niet onder haar art. 314 valt.

Rb. Middelburg 17 Febr. 1926 N. J. 1926 p. 1208.

G. Burgerlijke rechten.

P. 92 reg. 11 v. o. — Na „2". in te voegen: a.

P. 93 reg. 7—8 v. b. en 4—3 v. o. — O. Mayer 3e dr. Ip. 107— 108; Fleiner 8e dr. p. 177—178.

P. 93 reg. 14 v. b. — Toevoeging: b. Een geschil tusschen partikulieren over de vraag of eischer het recht heeft afgifte te vorderen van het lijk van zijn zoon, is privaatrechtelijk, al doet eischer zijn vordering steunen op de Begrafeniswet.

Hof Amsterdam 20 Maart 1930 W. 12117.

P. 95 reg. 10 v. o. — Na „nog" in te voegen: Asser-Scholten, Handl. N. B. R. II, 6e dr. (1927) p. 267—269;

P. 95 reg. 4 v. o. — Toevoeging: Zie echter nu de bij R. O. p. 48 vermelde jongste jurisprudentie van den Hoogen Raad.

Sluiten