Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 168.

P. 168 reg. 12 v. b. — Na „2—3" in te voegen: en 12 0kt. 1925 W. 11461 p. 3 kol. 2-3, N. J. 1925 p. 1104.

P. 168 reg. 12 v. o. — Na „Gerichtsverfassungsgesetz" in te voegen: Ygl. H. R. 3 Nov. 1924 W. 11281, N. J. 1925 p. 47.

P. 169 reg. 11 v. o. — In plaats van „1921" lees nu: 1925.

P. 169 C. Vonnissen en arresten.

P. 169 reg. 4 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 22 Aug. 1929 W. 12036, N. J. 1929 p. 1575 (vgl. het eerste middel van cassatie); 26 Sept. 1924 W. 11402, N. J. 1924 p. 1105;

P. 170 reg. 9 v. o. — Toevoeging: Het arrest van 20 Juli 1916 betrof de afwijzing van een verzoek tot faillietverklaring. Daarvoor eveneens H. R. 13 Maart 1924 W. 11192 (met noot Mff.), N. J. 1924 p. 534 (met noot T.). Vgl. aangaande de afwijzing van een verzet tegen een faillietverklaring, waarvoor hetzelfde geldt als voor de faillietverklaring zelf, zoodat vermelding deiin art. 4 lid 2 F.w. genoemde vereischten voldoende is, H. R. 26 Maart 1928 W. 11825 (met noot. Mff.), N. J. 1928 p. 754. Zie echter aangaande vonnissen van faillietverklaring de bij R. O. p. 171 reg. 12 v. o. te citeeren arresten, die daarvoor implicite art. 20 R. O. wèl toepasselijk hebben geacht en vgl. bij R. O. p. 171 reg. 5 v. o. no. 2 d over beschikkingen tot het al dan niet verleenen van surséance.

Voor een beschikking op een verzoekschrift ingevolge de Armenwet zie in den zin der R. O. p. 169 —170 genoemde arresten H. R. 19 Dec. 1927 W. 11781, N. J. 1928 p. 525, met een noot van E. M. M., die er op wijst dat de Hooge Raad [voeg in: meestal] uitgaat van het formeele kenmerk, of de wet de beslissing als een vonnis beschouwt.

1'. 170 reg. 8 v. o. — Na „B. W." in te voegen: (gewijzigd bij art. III, 3° wet 1929 Stbl. 358)

P. 170 reg. 6 v. o. — Toevoeging: Voor beschikkingen steunend op art. 281 B. W. zie H. R. 26 Sept. 1924 (bij R. O. p. 169 geciteerd) en 2 April 1925 W. 11384, N. J. 1925 p. 652. Vgl. voor art. 284 lid 2 oud B. W., hoewel het arrest niet naar

Sluiten