Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bil

P. 221.

de rechterlijke competentie tot een andere leer dan die onze jurisprudentie gewoon is te volgen. Het is de vraag, of het Hof terecht kennisneming van de vordering en kennis krijgen van de overgelegde stukken heeft vereenzelvigd. Zie art. 45 lid 2 Rv.: „na het voldingen en bepleiten der zaak''. Kan men zeggen dat de rechter, die b.v. een getuigenverhoor beveelt, dat doet vóór het kennis nemen van de .vordering? Vgl. Hof 's-Hertogenbosch 8 Juli 1929 te vermelden hierna op art. 37 Regl. I en Rb. Amsterdam 15 Okt. 1926, op art. 44 Regl. I.

P. 221 reg. 4 v. o. — Na „79" in te voegen: D. P. 1924.1.157. — Na „118": S. et P. 1923. 1. 222 met noten.

P. 222 reg. 11 en 14-15 v. b. — v. Rossem 3e dr. p. 283-284; Star Busmann 2e dr. p. 223 v. o.—224 v. b.

P. 223 d i. f. — Toevoeging: Maar een in appèl ongeoorloofde vermeerdering van den eisch, die toch heeft plaats gehad, is onverschillig voor de appellabiliteit van het vonnis: Hof Amsterdam 15 Dec. 1926 N. J. 1928 p. 18.

P. 224 reg. 11 v. o. — Toevoeging: g. Vordert eischer bij dagvaarding voor den Kantonrechter onbepaalde schadevergoeding, beperkt tot f 200 en stelt hij bij repliek voor het geval dat de Kantonrechter de schade rauwelijks wil bepalen, deze op f 10, dan blijft onverlet de vordering tot schadevergoeding,

bij staat op te maken.

Rb. Amsterdam 27 Febr. 1928 W. 11984, zich bevoegd verklarend tot kennisneming, d. w. z. van het hooger beroep.

h. Zie, hoewel er toen geen sprake was van vermindering der vordering door eischer, doch het Hof in appèl een gedeelte er van ontoewijsbaar verklaarde, H. R. 10 Dec. 1925 met de concl. O. M., bij R. O. p. 195 vermeld.

P. 225 reg. 17 v. o. — Na „Hof in te voegen: Amsterdam 10 Nov. 1916 W. 10073, N. J. 1917 p. 991; Hof

P. 225 reg. 15 v. o. — Na ,,'s-Hertogenbosch" in te voegen: 4 Jan. 1924 W. 11289, N. J. 1924 p. 1088

P. 225 reg. 13 v. o. — Na „7560" in te voegen: Rb. Roermond

Sluiten