Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bil

P. 247.

óagelijksche leveranties (zie genoemd Alpbensch vonnis) splitsing geoorloofd is. Maar, nog daargelaten dat er bier niet van splitsing mag worden gesproken (zie het Tilburgsche vonnis van 1861, R. O. p. 247 geciteerd), in beide in het vonnis van 1925 bedoelde gevallen mag de rechter de twee ingestelde rechtsvorderingen niet als ééne behandelen, ook niet als hij meent dat er eigenlijk één schuldvordering is, waarvan bij elke dagvaarding een gedeelte wordt opgevorderd. Dat in 1925 eischer vóór de dagvaarding gedaagde had gemaand voor het gezamenlijk bedrag kan het vonnis niet rechtvaardigen. (Ygl. nog aangaande dit 'vonnis bij R. O. p. 351 reg. 11 v. b.).

Rb. Amsterdam 14 Mei 1923 W. 11114, N. J. 1924 p. 1267 besliste dat, is cumulatie in eersten aanleg achterwege gebleven en de rechter voegt de zaken niet, appellant in hooger beroep niet mag cumuleeren, daar dit zou strijden met onze procesorde.

Bij dit no. 20 vgl. nos. 11 en 21 op art. 38 C (R. 0. p. 350— 351 en 364—365).

P. 250 reg. 12 v. b. — Na „opvat" in te voegen: (vgl. R. O. p. 505 met Supplem., no. 1 a en b).

P. 250 reg. 9 v. o. — Na „wet" in te voegen: waar zij enkel van beloop of waarde der vordering spreekt, zonder dit, zooals art. 54 no. 2 doet, tot de „hoofdsom" te beperken,

P. 252 reg. 18. — Toevoeging: Zie nog voor den, bij een vordering tot ontbinding van een huurcontract en tot schadevergoeding beneden de f 200 gevoegden, eisch tot ontruiming, Hof Arnhem 25 Juni 1913 W. 9545, N. J. 1913 p. 1057.

P. 253 reg. 10 v. b. — Na „steeds" toe te voegen: als niet een speciale wetsbepaling tot een andere conclusie leidt (zie bij R. O. p. 505 no. 1 b op art. 54 no. 2).

P. 253 reg. 11 v. o. — Toevoeging: Zie ook aldaar no. 1 b (bij R. O. p. 505) H. R. 7 Jan. 1926 (en het arrest a quo, Hof Leeuwarden 18 Maart 1925), waarbij de H. R. het woord „hoofdsom" in art. 54 no. 2 zóó heeft uitgelegd dat naar die

Sluiten