Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 283.

koopcontract beslissend is, maar de ünantieele gevolgen der ontbinding, die uit de dagvaarding blijken en dat de bijgevoegde eisch tot schadevergoeding deze gevolgen beperkt tot het bedrag van dien eisch. Het eerste moge juist kunnen zijn, het tweede niet, tenzij er een goede reden is aan te nemen dat eischer het zoo bedoelt. — De leer van den Hoogen Raad is nog gevolgd door Hof 's-Hertogenbosch 22 Juni 1926 W. 11667. Vgl. het arrest van dat Hof van 27 Okt. 1925 W. 11599, N. J. 1926 p. 1034, gewezen op een vordering, die onduidelijk was wegens de overbodigheid hetzij van het eischen van een maximum hetzij van het bezigen daarna van het woord „of". In het eerste geval was er zeker een onbepaald bedrag geëischt, in het andere slechts met de dan bestaande beperking tot een maximum beneden de f 400. Het Hof kan de vordering in eerstbedoelden zin hebben opgevat. — Den Hoogen Raad volgden ook Rb. Dordt 14 April 1926 W. 11553, N. J. 1926 p. 1331 en Rb. 's-Gravenhage 1 Nov. 1927 W. 11861 (implicite). — Chbkon (bij R. O. p. 266 geciteerd) merkt op, overigens niet speciaal voor vorderingen tot ontbinding, dat bij cumulatie eener onbepaalde vordering met een eisch tot bepaalde schadevergoeding, deze laatste niet de waarde der eerste aangeeft. De juistheid dier opmerking moet m. i. in het oog springen, als men niet onzen Hoogen Raad per se door dik en dun wil volgen.

P. 285 no. 57a i. f. — Toevoeging: Bijl" Hand" Tweede Kamer 1928^-1929 no. 437, 1929—1930 no. 63, ontwerp pacht, art. III. Daarover R(ibbius) in W. 12021 p. 1; Cohen en v. Nispen tot Sevenaee in N. J.bl. 4 p. 479, 615—622; P. Scholten in W. P. N. 11. 3125 kol. 648—649; vgl. nog W. 12037 p. 4, 12042 p. 8, 12046 p. 4 kol. 3, 12051 p. 8.

P. 285 reg. 12 v. o. — Na „1—2" in te voegen: W. 11298 p. 7 kol. 3, 11358 p. 8 kol. 1 (verbet. W. 11388 p. 8), 11362 p. 4 kol. 1, 11609 p. 7 kol. 3, 11613 p. 8 kol. 1, 11616 p. 8;

P. 285 reg. 9 v. o. — Na „2—3);" in te voegen: dito Begrooting Just. voor 1924 (W. 11179 p. 2 kol. 2)

Sluiten