Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JÜ1J

P. 382.

exceptio non aclimpleti contractus betwisting van den rechtstitel? Ontkennend Ktg. Amsterdam 24 Sept. 1929 W. 12122, omdat dan het aangaan van het contract niet wordt betwist. Er is aanleiding tot een ander antwoord (ook al meent men dat naar ons recht de bedoelde exceptie niet opgaat), als men de uit het contract ontstane verplichtingen in haar voortbestaan als rechtstitel aanmerkt (vgl. no. 82). Toch kan men ook dan volhouden dat genoemd verweer althans somtijds de strekking heeft niet het voortbestaan der zooeven bedoelde verplichtingen te ontkennen, doch enkel haar werking tijdelijk te verlammen. Vgl. H. Dernburg, System (= Pand. 8e dr.) 1912 p. 584—585, I, 2°; Windscheid-Kipp, Pand. 9e dr. (1906) noot 2 p. 319—321.

Betwisting en erkenning.

P. 383 reg. 2 v. o. — Toevoeging: Vgl. no. 50 A bij R. 0. p. 386 i. f.

P. 385 reg. 18. — Hierna toe te voegen: e. Over de exceptio non adimpleti contractus zie no. 45 A.

P. 385 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Als betwisting komt enkel in aanmerking het in eersten aanleg, niet het in appèl aangevoerde: Rb. Rotterdam 15 Nov. 1928 W. 11984, N. J. 1929 p. 250.

P. 386 reg. 2 v. o. — Toevoeging: Rb. Rotterdam 16 Juni 1926 W. 11631 p. 6 overwoog dat, als hij die eerst voor den Kantonrechter gedagvaard, daar den rechtstitel betwist, zeggend de Rechtbank bevoegd te achten, doch dan in het proces bij de Rechtbank haar onbevoegdheid volhoudt, deze houding twijfel wekt of zijn voor de Rechtbank gevoerd verweer van onbevoegdheid ernstig is gemeend. De Rechtbank verwierp dat verweer.

P. 386 reg. 1 v. o. — Toevoeging: 50A. Een vroegere erkenning van den rechtstitel (hier gelegen in het voldoen aan een vroeger verstekvonnis, dat denzelfden rechtstitel tot onderwerp had) neemt niet weg dat de later bij den Kantonrechter

Sluiten