Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jölj

P. 386.

geschiede betwisting als bloot feit voldoende is om dien rechter onbevoegd te maken.

Ktg. Breda 20 Febr. 1929 N. J. 1929 p. 1009.

P. 387 Art. 39.

A. De aanhef.

P. 387 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Vgl. R. 0. p. 205 no. 1 a en p. 388 v. o. no. 2.

P. 388 B. Art. 39 no. 1.

P. 389 reg. 10 v. o. — Toevoeging: In den geest van dat Arnhemsche vonnis van 1856 Ktg. Oostburg 8 Maart 1928 W. 11874.

P. 391 reg. 4 v. o. — Toevoeging: Bij dit vonnis Rb. Goes vgl. Ktg. Breda 14 Okt. 1925, zie bij R. O. p. 392 reg. 9 v. o.

P. 392 reg. 6 v. b. — Toevoeging: Eveneens, met beroep op de geschiedenis (art. 39 no. 1 is ontleend aan art. 11 no. 1 keizerlijk dekreet van 8 Nov. 1810, waarvan no. 4 niet in de wet R. O. is overgenomen) Rb. Groningen 21 Dec. 1928 N. J. 1929 p. 411.

P. 392 reg. 9 v. o. — Na „2281" een nieuwe alinea in te voegen: Schade den tegenwoordigen pachter door den vroegeren veroorzaakt en bestaande in het verwijderen van het land en het ten eigen bate gebruiken van vruchten, is geen schade, hetzij aan de vruchten, hetzij aan het land, toegebracht.

Ktg. Breda 14 Okt. 1925 N. J. 1926 p. 1120.

P. 395 reg. 5 v. o. — Toevoeging: Vgl. het bij R. O. p. 392 reg. 9 v. o. vermelde vonnis Ktg. Breda.

P. 397 no. 24 i. f. — Toevoeging: "Vgl. het geval, berecht door Ktg. Oostburg, vonnis vermeld bij R. O. p. 389.

C. Art. 39 no. 2.

P. 397 reg. 1 v. o. — Toevoeging: 4. Het pacht-wetsontwerp, vermeld bij R. O. p. 285 no. 57 a i. f. en bij p. 338 reg. 2 v. b. stelt voor in art. 39 no. 2 te lezen: „en gebouwen" met schrapping der woorden „en pachthoeven".

Sluiten