Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 406.

bezigt het ontwerp uitdrukkelijk het woord arbeidsovereenkomst. De R. O. p. 405, b eerst vermelde jurisprudentie kan gevolgd blijven worden.

P. 407 no. 5 al. 2. — Als de daar vermelde jurisprudentie: Hof Amsterdam 11 Jan. 1924 N. J. 1925 p. 42; Hof's-Hertogenbosch 20 Mei 1924 W. 11235, N. J. 1924 p. 1199, R. B. A. 12 p. 81; Rb. Utrecht 8 Mei 1929 (bij R. O. p. 419 e te citeeren).

P. 408 reg. 17 v. b. — Na „p. 1276" in te voegen: en Rb. Amsterdam 15 April 1929 W. 12018, N. J. 1929 p. 1047, R. B. A. 16 p. 92, naar aanleiding van art. 125 a Rv., als argument aanvoerend dat de terugvordering voortvloeit uit de wet, onafhankelijk van een arbeidsverhouding. Maar anders in dezelfde zaak (zie W. 12028 p. 4) naar aanleiding van art. 125 6 Rv., Ktg. Amsterdam 14 Dec. 1928 W. 12023, R. B. A. 16 p. 93, alsmede Hof Amsterdam 7 Juni 1927 W. 11722, R. B. A. 15 p. 90 en Hof 's-Gravenhage 26 Febr. 1925 W. 11600, R. B. A. 15 p. 3. Laatstbedoelde beslissingen hebben m. i. gelijk, omdat de terugvordering niet enkel de verplichting ter teruggaaf tot onderwerp heeft, maar ook de schuld voor hetgeen betaald is, als al dan niet hebbende bestaan.

P. 408 no. 5 i. f. — Toevoeging: Ook is niet tot een arbeidscontract betrekkelijk de vordering, bedoeld in art. 1650 B.W.: Ktg. Zwolle 27 Jan. 1925 N. J. 1925 p. 1071, R, B. A. 13 p. 16. — Bij dit no. 5 vgl. nog M. B. V(os), L. v. Praag en Höfelt in R. B. A. 13 p. 51, 66—67 jIS p. 81, 74 en 89.

P. 408 reg. 13 v. o. — Na „6." in te voegen: a. — reg. 10 v. o. — Toevoeging: b. De vordering, berustend op een lastgeving, die de uitwerking is van een arbeidscontract, is betrekkelijk tot dat arbeidscontract.

Hoogger. Hof N.-Indië 21 Maart 1929 Ind. Tijdschr. v. h. Recht 130 p. 581.

P. 408 reg. 2 v. o. — Toevoeging: In gelijken zin H. R. 3 Mei 1928 W. 11846 (met noot H. de J.), N. J. 1928 p. 1580 (met noot E. M. M.) op grond dat het saldo hier was ontstaan uit

Sluiten