Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tfl]

P. 408.

arbeidscontracten en dat de vordering niet van aard was veranderd doordat het bedrag tevens saldo was eener rekeningcourant, nu het noteeren daarop geen novatie meebrengt. Dit arrest verwierp het beroep in cassatie tegen Rb. 's-Gravenhage 21 (niet 28) Juni 1927 W. 11773, N. J. 1928 p. 1269, R. B. A. 16 p. 56. In deze zaak was het saldo erkend en de Rechtbank overwoog dat die erkenning de gronden der afzonderlijke posten niet veranderde. — In anderen zin dan gemelde jurisprudentie Rb. Arnhem 24 Jan. 1924 N. J. 1924 p. 616.

P. 409 reg. 3 v. o. — Na „loon" in te voegen: Ygl. ook Rb. Rotterdam 2 April 1928, bij R. O. p. 404 geciteerd en Rb. Amsterdam 16 Maart 1917, bij Inl. R. O. p. 25, no. 6A geciteerd.

P. 410 reg. 4 v. b. — Toevoeging: Ygl. Ktg. Enschedé 12 Nov. 1925 R. B. A. 13 p. 87 (een gratificatie is ook dan loon, als zij afhangt van het vervullen eener bijzondere verplichting door den werknemer).

P. 410 reg. 9 v. b. — Toevoeging: In gelijken zin Rb. Rotterdam 28 Jan. 1924 W. 11184, N. J. 1924 p. 1035 (naar aanleiding van art. 125 a Rv.) — Bij dit no. 8 c vgl. Ktg. Rotterdam 19 Febr. 1926, bij R. O. p. 401 onder n vermeld.

P. 410 reg. 14 v. o. — Na „11137" in te voegen: N. J. 1924 p. 542.

P. 411 reg. 2 v. b. — Toevoeging: Zie aldaar (bij R. 0. p. 422) Ktg. Rotterdam 28 Jan. 1924 over een vordering wegens concurrentie (zonder concurrentieverbod) tijdens èn na de dienstbetrekking. Ygl. voorts het bij R. O. p. 403 al. 1 vermelde vonnis Rb. Maastricht van 14 Jan. 1926 over een concurrentieverbod in een overeenkomst, staande naast het arbeidscontract.

P. 411 reg. 3 v. o. — Toevoeging: N. J. 1924 p. 637. Het vonnis is bevestigd door Hof 's-Hertogenbosch 20 Mei 1924, bij R. O. p. 407 geciteerd. Het Hof overwoog dat het verschuldigd zijn der in art. 1639 r lid 5 B. W. bedoelde rente een gevolg is van het niet naleven van art. 1639 o (vgl. no. 5 op art. 39 D).

Sluiten