Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tfl]

P. 419.

pensioen verleening, niet het arbeidscontract. Zij valt niet onder art. 39 no. 3.

Rb. Utrecht 8 Mei 1929 W. 12037, R. B. A. 16 p. 101 en 17 p. 6. Zoo ook in cassatie H. R. 27 Maart 1930 W. 12130.

VgL bij R. O. p. 412 no. 14, waar de casuspositie anders was.

g. Over de terugvordering van te veel betaald loon zie bij R. O. p. 408 reg. 17 v. b.

P. 419 no. 18, lees: 18a. — No. 18 i. f. — Toevoeging: b. De door het hoofd eener affaire tegen zijn vroegeren filiaalhouder ingestelde vordering tot verantwoording der goederen, die eischer aan gedaagde tijdens de dienstbetrekking en naar aanleiding van deze had toegezonden, is geen eigendomsopvordering dier goederen, maar valt onder art. 39 no. 3.

Rb. Middelburg 15 Dec. 1926 W. 11703, R. B. A. 15 p. 60.

P. 420 reg. 5 v. b. te lezen: b 1° Vgl. no. 8a en boven bij R. O. p. 409. Het daar vermelde vonnis Rb. Rotterdam 2 April 1928 overwoog: de vordering tegen een arbeider ingesteld tot afrekening van een hem verstrekt voorschot valt onder art. 39 no. 3. 2° Zie meer in het algemeen R. 0. p. 408 reg. 14—17 v. b. met de toevoegingen.

P. 420 reg. 9 v. b. — Toevoeging: Vgl. ook Rb. 's-Gravenhage 6 Dec. 1927 W. 11861 p. 4 kol. 1—2, R. B. A. 16 p. 68 en Ktg. Rotterdam 4 Febr. 1924 R. B. A. 13 p. 13.

P. 420 reg. 12 v. b. — Toevoeging: e. De op art. 11 der wet Dividend- en Tantièmebelasting Stbl. 1918 no. 4 steunende terugvordering van hetgeen de eischende vennootschap in die belasting voor gedaagde heeft betaald, zou wel niet zijn ingesteld als er tusschen partijen geen arbeidscontract ware gesloten, maar is toch niet betrekkelijk tot dat contract.

Ktg. Hilversum 7 Dec. 1926 W. 11862.

f. De terugvordering van door gedaagde, in dienst der eischende vennootschap, als haar vertegenwoordiger, aan een derde bij het door bemiddeling van dien derde sluiten van een contract,

Lóon's Rspr., II 1, R. O., 2e ged. s. 7

Sluiten