Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orj

P. 460.

P. 460 reg. 10 v. o. — Toevoeging: In den geest van het vonnis der Haagsche Rechtbank van 1904 Ktg. 's-Gravenhage 26 Juli 1927 W. 11761. — Hierna een nieuwe alinea: b. Er is slechts dan een geschil in den zin van art. 43, als het langs den gewonen weg van rechte kan worden berecht, wat niet het geval is, als partijen enkel vragen verdeeling tusschen haar van een last van alimentatie, waarvan het bedrag vaststaat.

Concl. O. M. vóór H. R. 16 Dec. 1926 W. 11608, N. J. 1927 p. 285.

P. 461. No. 13 i. f. — Toevoeging: Echter was Ktg. Enschedé 10 Maart 1930 W. 12128 van meening dat, is de Kantonrechter door partijen in de plaats gesteld van scheidslieden, die ingevolge de arbitrale clausule naar billijkheid zouden hebben te beslissen, ook hij datzelfde heeft te doen, al is hij gebonden aan de procesorde.

Art. 44.

A. Art. 44 lid 1.

P. 462 reg. 7 — 8 v. b. — In plaats der daar genoemde artikelen Sv. 1921 zie nu artt. 350—352, 361, 357 lid 2, 358—360 en 348—349 Sv.

P. 462 reg. 8 v. o. — Toevoeging: Anders dan deze arresten van 1865 en 1882 Goudsmit in N. J.bl. 5 p. 174—178, waarbij vgl. de R. O. p. 481 vermelde argumentatie der genoemde arresten uit het Wb. v. Sv., dat uitgaat van competentie, die de wet echter nergens bepaalt, tenzij men aanneemt dat die bepaling stilzwijgend ligt opgesloten in art. 352 lid 2 Sv.

P. 463 reg. 3 v. b. — Na „191" in te voegen: Sv. 1886

P. 463 reg. 14 v. b. en 15 v. o. — In plaats van „ziet" en „is" lees nu: zag en was.

P. 464 reg. 17 v. b. — Artt. 308—310 Sv. 1921, nu artt. 312—314.

P. 464 reg. 16 v. o. — Toevoeging: Vgl. Simons, Handl. Sv. 7e dr. p. 221—223, die de voor Sv. 1886 door den Hoogen Raad aanvaarde leer bestrijdt. Toen kon voor haar worden aangevoerd

Sluiten