Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 464.

geyal het O. M. artt, 312 vv. niet toepast bij gebleken verzwarende omstandigheid, is de consequentie van het stelsel van den Hoogen Raad van 1897 dat de Rechtbank bevoegd is. Desniettemin is de argumentatie van gemeld arrest, die reeds vroeger bedenkelijk was (zie R. O. p. 463), nu niet meer bruikbaar en blijft het twijfelachtig of de Hooge Raad zijn vroeger stelsel onder het nieuwe wetboek zal handhaven.

P. 464 reg. 7 v. o. — Na „Sv." in te voegen: 1886 (vgl. nu art. 426).

— In plaats van „heeft" nu te lezen: had

P. 466 reg. 10 v. o. — Toevoeging: nu art. 398 aanhef j° art. 349 lid 1.

P. 467 reg. 4—3 v. o. — v. Hamel 4e dr. p. 184 (6°); Simons,

Leerboek 4e èn 5e dr.

P. 468 reg. 18. — In plaats van „9—14" lees nu: 9, 11—13

(vgl. bij p. 468—469 en bij p. 470—471).

P. 468—469. — No. 10 vervalt, wat a betreft doordat de wet van 1869 is vervangen door die van 10 Juni 1926 Stbl. 178, wat b betreft zie de daar vermelde wet van 1920.

P. 469 reg. 8 en 5—4 v. o. — Art. 345 Sv. 1921, nu art. 349.

— Simons Sv. 7e dr. p. 50; Blok-Besier 1. 1. I p. 176 v. ó. P. 470 reg. 5 v. b. — Toevoeging: Blok-Besier 1. 1. I p. 30. P. 470—471. — No. 14 vervalt ingevolge art. 259 Sv. 1925.

P. 471 no. 17. — Toevoeging: Vgl. nog v. Limburg-Stirum en Red. in W. 11269 p. 4.

B. Art. 44 lid 2.

P. 474 reg. 15 v. o. — Na „R. O." in te voegen: E no. 260c (p. 759), verwijzend naar Tbemis 1925, alwaar zie p. 359—364 jis p. 358—359, doch zie ook W. 11407 p. 3.

P. 475 no. 2 i. f. — Toevoeging: Vgl. nog EL R. 20 Dec. 1926,

bij R. O. p. 487 reg. 6 v. o. te vermelden.

P. 476 reg. 2 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 24 Jan. 1927 W. 11644, N. J. 1927 p. 248—249; 5 Okt. 1925 W. 11460 p. 5-6, N. J. 1925 p. 1104 kol. 2 (voor art. 56 lid 2);

Sluiten