Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 558.

Art. 96.

A. Strafzaken.

P. 559 reg. 3 v. b. — Art. 405 Sv. 1921, nu art. 427.

P. 559 reg. 4 v. b. — Toevoeging: Zie voorts no. 13 op art. 95.

P. 559 reg. 10 v. b. — Art. 506 Sv. 1921, nu art. 534.

P. 559 reg. 15 v. o. — In plaats van „in Sv. 1921" lees: thans

P. 559 reg. 3 v. o. — In plaats van „1921" lees nu: 1925.

P. 559 reg. 1 v. o. — Toevoeging: 6 A. Het O. M. is partij in den ruimen zin van dat woord ten opzichte van handelingen van den rechter, die betrekking hebben op hetgeen het O. M. bevoegd is te doen.

H. R. 6 Maart 1866, R. O. p. 549 geciteerd.

P. 560. — No. 7 a en de letter b vervallen, nu art. 346 lid 1 Sv. 1886 is vervangen door art. 427 lid 1 Sv. 1925, dat niet van den veroordeelde, maar van den verdachte spreekt. — No. 7 is nu te lezen: Met het oog op art. 427 Sv. staat geen afzonderlijk beroep in cassatie voor de beleedigde partij open. Vgl. art. 435 Sv.; Blok-Besier 1. 1. II p. 410 v. o., 439—440.

P. 560 no. 8. — Simons, Sv., zie nu 7e dr. p. 307—308; BlokBesier 1. 1. II p. 402 v. b., 444—447. — Art. 418 Sv. 1921, nu art. 440.

B. Burgerlijke zaken fmet dagvaarding).

P. 561 reg. 14 v. o. — Toevoeging: IA. Niet ontvankelijk is een beroep in cassatie tegen de uitspraak in een vrijwaringszaak, waarin eischer in cassatie geen partij was.

H. R. 26 Juni 1925 W. 11478, N. J. 1925 p. 977 (vgl. de noot van Taverne 1. 1. p. 984).

P. 562 reg. 16 v. o. — Na „613" in te voegen: Hof 's-Gravenhage 9 Febr. 1925 W. 11593, beide arresten

P. 563 reg. 13 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 24 Maart 1930 W. 12124, N. J. 1930 p. 647; 28 Nov. 1929 W. 12078, N. J. 1930 p. 153; 21 Okt. 1929 W. 12051, N. J. 1929 p. 1681; 10 Jan. 1929 N. J. 1929 p. 436; 13 Juni 1928

Sluiten