Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 567.

daarmee eens was. Maar de H. R. kan ook van meening zijn geweest dat in het gegeven geval eveneens gewoon beroep in cassatie door art. 95 zou zijn veroorloofd (zie boven bij R. O. p. 550).

P. 567 reg. 15 v. b. — Na „beslissing" in te voegen het daar uitgevallen woord „niet".

P. 567 reg. 13 v. o. — Art. 434 Sv. 1921, nu art. 456.

P. 567 reg. 11 v. o. — Na „ontwerp" in te voegen: In dien zin implicite H. R. 15 Maart 1926 W. 11504 p. 3, N. J. 1926 p. 522 (het O. M. uitdrukkelijk). Ygl. Simons, Sv. 7e dr. p. 302 noot. — Blok-Besier 1. 1. II p. 483 v. o. stellen de vraag of met het oog op art. 98 R. O. en art. 456 Sv. cassatie in het belang der wet in strafzaken ook kan worden gericht tegen beslissingen, waartegen nooit eenig gewoon rechtsmiddel (de gewone cassatie inbegrepen) heeft opengestaan. Volgens hen pleit voor een ontkennend antwoord de letter dier twee artikelen, voor een (door hen aanvaard) bevestigend antwoord 1° dat er geen reden is voor den wetgever dan de buitengewone cassatie uit te sluiten, 2° subsidiair art. 95 (ook zulk een beslissing is in hoogste ressort gewezen) en het slot van art. 99 lid 2, h. i. juist voor zulk een geval geschreven. M. i. staat laatstbedoelde bepaling geheel buiten de kwestie, niet enkel omdat (wat B. en B. zelf releveeren) zij niet van strafzaken spreekt, maar ook omdat de beperking der cassatie in dat lid 2 niet meebrengt dat er tegen de daar genoemde vonnissen nooit cassatie heeft opengestaan. Al moet een ten onrechte tegen een vonnis van een Kantonrechter door partij op een der in lid 2 toegelaten gronden ingesteld beroep worden afgewezen, dat beroep is ontvankelijk. Ook art. 95 bewijst hier niets, daar een speciale wetsbepaling er aan kan derogeeren. Echter kan art. 98 zeer wel zóó worden opgevat dat, als aan partijen termijnen voor het beroep in cassatie zijn toegestaan, deze moeten zijn verloopen. Dan zou art. 456 Sv. bij letterlijke interpretatie enkel ten gevolge hebben dat die bepaling zelf niet toepasselijk is in het door B. en B. ter sprake gebrachte

Léon's Rspr., II 1, R. O., 2e ged. s. 9

Sluiten