Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 620.

P. 620 reg. 10 v. b. — Na „p. 141" in te voegen: (waarbij vgl. H. R. 31 Jan. 1919 W. 10378, N. J. 1919 p. 263)

P. 620 reg. 12 v. b. — Bij „p. 199" een noot: Maar weigering van getuigen bewijs wegens de onwaarschijnlijkheid der feitelijke voorstelling van hem, die het aanbiedt, is den rechter niet geoorloofd, daar zij vooruitloopt op den uitslag der bewijsvoering: H. R. 10 Juni 1927 W. 11696, N. J. 1927 p. 1213. Met dit geval staat niet gelijk dat eener weigering op grond dat uit hetgeen reeds vaststaat volgt de onmogelijkheid door getuigen te bewijzen hetgeen te bewijzen is aangeboden, zie H. R. 4 Dec. 1929 W. 12075 (met noot S. B., die het verschil in casuspositie met genoemd arrest van 1927 miskent), N. J. 1930 p. 156.

P. 621 reg. 10 v. b. — Na „straftoemeting" in te voegen: en haar motiveering: H. R. 14 Jan. 1929 W. 11949 p. 2—3, N. J. 1929 p. 730; 28 Juni 1926 W. 11520, N. J. 1926 p. 785 (op middel V).

P. 621 reg. 15—16 v. b. — De verwijzing te lezen: R. Mag. 1925 p. 153 met noot 1. — Toevoeging: Vgl. Mannheim (bij R. O. p. 543 geciteerd) p. 161—180 jis p. 150—161.

P. 621 reg. 14 v. o. — In plaats van „1921" lees nu: 1925.

P. 621 reg. 12 v. o. — Toevoeging: Overigens is thans elke schorsing als in art. 14 bedoeld, fakultatief, zoodat de beslissing op dat punt i. c. o. is: H. R. 22 Okt. 1928 W. 11917; vgl. bij R. O. p. 780 no. 180c.

P. 621 reg. 11 v. o. — Art. 87 Sv. 1886 en art. 350 Sv. 1921, nu respektievelijk artt. 259 en 354.

P. 621 reg. 1 v. o. — Na „H. R" in te voegen: ]1 Mei 1928 W. 11848, N. J. 1928 p. 1228; 3 Febr. 1927 W. 11641 p. 1 kol. 1—3, N. J. 1927 p. 509;

P. 623 reg. 7 v. o. — H. R. 25 Juli 1924 ook in W. 11323.

P. 623 reg. 4 v. o. — Toevoeging: Zie ook H. R. 10 Dec. 1928 W, 11938 p. 3 kol. 1—2, N. J. 1929 p. 275, met noot P. S.,

Sluiten