Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 735.

sing op de vraag of er buitensporigheden zijn in den zin der wet en kan het eene niet van het andere worden gescheiden. Tegen deze beschouwing, die ruimer strekking heeft, namelijk alle zaken betreft, waarin de beslissing afhangt van de konkreete omstandigheden, is te zeggen dat subsumtie van een konkreet geval onder een bepaalden regel uitlegging van dien regel onderstelt. Die uitlegging kan en moet voorafgaan aan de subsumtie, zoodat deze twee wel degelijk van elkaar zijn te onderscheiden, al zal vaak in de praktijk geen onderscheid zijn op te merken, namelijk als de uitlegging reeds te voren vaststaat (b.v. bij het volgen eener constante jurisprudentie). Dan wordt de beslissing niet in twee deelen gesplitst en schijnen rechtsvraag en feitelijke vraag ineen te vloeien, maar toch zijn die twee ieder een afzonderlijk element voor de beslissing.

P. 737 reg. 10 v. b. — De verwijzing te lezen: R. Mag. 1925 p. 187 noot 1.

P. 738 reg. 15 v. o. — De verwijzing te lezen: 1925 p. 155—157.

P. 738 reg. 1 v. o. — De verwijzing te lezen: 1925 p. 155 noot 1. — Toevoeging: Vgl. implicite H. R. 23 Nov. 1925 W. 11449, N. J. 1926 p. 10.

P. 739 reg. 8 v. b. — Toevoeging: Zie ook H. R. 19 Okt. 1925 W. 11462, N. J. 1925 p. 1225 en H. R. 15 Okt. 1928 W. 11897, N. J. 1929 p. 61 (contra O. M., dat de beslissing feitelijk achtte).

Uitlegging van rechterlijke uitspraken.

P. 739 reg. 13 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 14 Mei 1928 W. 11849 p. 5, N. J. 1928 p. 1174;

P. 740 reg. 9 v. b. — Na „1895)." in te voegen: Vgl. aangaande de uitlegging van het probandum in een interlocutoir H. R. 28 Nov. 1929 W. 12078, N. J. 1930 p. 153.

P. 741 reg. 1 v. b. — De eerste verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 215 v. o.—216.

Sluiten