Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 754.

nieuw H. R. 18 Nov. 1929 W. 12070, N. J. 1930 p. 50 en de in de concl. O. M. aangehaalde arresten.

P. 754 reg. 7 v. b. — Toevoeging: 253 A. De uitlegging eener getuigenverklaring is, mede blijkens art. 1945 B. W., ook als zij in strijd mocht zijn met de duidelijke bewoordingen en strekking dier verklaring i. c. o.

H. R. 6 Febr. 1930 (bij p. 646 geciteerd). — Art. 1945 betreft de kracht der verklaring (vgl. no. 282), maar niet haar uitlegging.

P. 755 reg. 3 v. b. — Simons, Sv. 7e dr. p. 209.

P. 755 reg. 10 v. b. — In plaats van „42" lees: 43

P. 755 no. 256 i. f. — Toevoeging: v. D(yck) in N. J. 1929 p. 1642, noot op H. R. 4 Okt. 1929 (in W. 12052 p. 1—2: 4 Nov. 1929) zegt: deze uitlegging is in cassatie onaantastbaar, tenzij ze onvereenigbaar is met de woorden van het procesverbaal, d. w. z. tenzij de beslissing niet uit het procesverbaal kan worden afgeleid. — v. D. bedoelt kennelijk: tenzij de beslissing niet uit de woorden van het procesverbaal, opgevat naar het algemeen spraakgebruik, kan worden afgeleid.

P. 755 reg. 3 en 2 v. o. — Na „Sv." in te voegen: 1886.— Na „1907" in te voegen: Tot de hier bedoelde schriftelijke bescheiden behoort een als bewijsmiddel gebezigde dagvaarding; vgl. H. R. 27 Nov. 1911 W. 9251, waarover zie echter Themis 1925 p. 345 noot 82 i. f.

P. 756 reg. 4 v. b. — In plaats van „46" lees: 47

Uitlegging van dagvaarding en andere processtukken in strafzaken.

P. 756 reg. 14 v. o. — Na „Dec. 1924" in te voegen: W. 11308, — Na „Nov. 1924" lees: W. 11304 p. 5—6, N. J. 1925

P. 756 reg. 10 v. o. — Na „vroegere" in te voegen: en latere

P. 756 reg. 9 v. o. — Na „vermeld" in te voegen: (H. R. 10 Okt. 1927 W. 11737 p. 1 kol. 1, N. J. 1927 p. 1440 bij m. i. letterknechtige uitlegging der dagvaarding).

Sluiten