Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 841.

P. 841 reg. 9 v. b. — Toevoeging: Het arrest Hof Leeuwarden van 26 Jan. 1925 is gecasseerd door H. R. 24 April 1925 W. 11340, N. J. 1925 p. 497, Adv.bl. 8 p. 73 (78), van oordeel dat bet houden van zitdagen de eer van den stand niet bedreigt. Anders dan het O. M. meende de Hooge Raad dat ook het te kennen geven van een voornemen tot bet verrichten van zekere daden zulk een bedreiging kan meebrengen. — Zie nog de Wilde in Adv.bl. 11 p. 33—39. — Art. 14 van het nieuwe Regl. III verbiedt het houden van zitdagen evenmin als het oude art. 3.

P. 841 (2°) i. f. — Toevoeging: In gelijken geest over het beding tot betaling eener zekere som boven het reeds afgesproken honorarium voor het geval dat de afloop der zaak in het voordeel is van cliënt, Ktg. Rotterdam 6 Nov. 1925 W. 11459.

— Ygl. voor Duitschland Adv.bl. 10 p. 42—43, 57—63, 77—78 i. v. m. RG. 17 Dec. 1926 1. 1. p. 58—61.

P. 841 (5°). — Toevoeging: Ygl. Adv.bl. 10 p. 107, 132—133.

P. 841 (6°). — Toevoeging: In het algemeen over het optreden voor twee partijen, wier belangen aanvankelijk schijnen niet, doch later kunnen blijken wèl met elkaar in strijd te zijn, W. 11888 p. 7—8, 11893 p. 4, 11897 p. 8, 11902 p. 4.

P. 841 (8°) i. f. — Toevoeging: Ygl. W. 11804 p. 8.

P. 842 reg. 2 v. b. — Toevoeging: Zie ook Adv.bl. 12 p. 158 (3°).

— Over het deklareeren aan prodeanen Adv.bl. 10 p. 1—6, 152 v. b.

P. 842 reg. 10 v. b. — Toevoeging: en 9 p. 24—40 (o. a. H. R. 25 Febr. 1926, te vermelden bij p. 846 op art. 5 nieuw j° art. 5 b oud no. 5), p. 83—85, 100—104.

P. 842 reg. 14 v. b. — Na „(1914)" in te voegen: F. Payen et G. Duveau, Les régies de la profession d'avocat .... 1926 (vgl. Adv.bl. 9 p. 112—118).

P. 842 reg. 15 v. b. — Na „1070" toe te voegen: Adv.bl. 9 p. 64—66.

Sluiten