Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 850—854.

Art. 35 lid 1. — Wegens het daar bepaalde vervalt het R. O. p. 850 v. o.—851 op art. 11 lid 8 oud aangeteekende.

Art. 37. Vgl. art. 20 oud. — Zie daarop R. O. p. 853.

Art. 40. Vgl. art. 24 leden 1 en 2 oud.

Artt. 41—42. Vgl. artt.' 25—26 oud. — Zie daarop R. O. p. 854 nos. 1—3.

P. 854 reg'. 8 v. b. — Toevoeging: Over den regel, de procureur wordt op zijn woord geloofd zie v. Oven in N. J.bl. 1 p. 389—393 en Zeylemaker in Ind. T. v. h. Recht 131 p. 219—249. Vgl. bij R. O. p. 839 reg. 7 v. b.

Art. 43. Vgl. artt. 23 en 31 oud. — Zie daarop R. O. p. 853 v. o. —854 v. b. (nos. 1—2) en p. 855.

Art. 44. Vgl. art. 29 oud. — Zie daarop R. O. p. 854.

Art. 45. Vgl. art. 30 oud. — Zie daarop R. O. p. 854 v. o. —855 v. b. nos. 1—2.

Art. 46. Vgl. artt. 27 en 28 oud. — Zie daarop R. O. p. 854. Vgl. art. 19 lid 2 R. O. (Stbl. 1927 no. 78) en daarbij het nieuwe art. 31 Regl. III.

Als geen wetsbepaling daartoe noopt is er geen reden tusschen advocaat en procureur te onderscheiden. Dus mag een schorsing als Procureur ook worden uitgesproken wegens handelingen als Advocaat verricht.

H. R. 26 April 1928 (geciteerd bij p. 842, 15°) de cassatie verwerpend tegen een arrest Hof Amsterdam van 28 Nov. 1927, dat ook had overwogen: voor advocaten en procureurs gelden dezelfde regelen van eer (N. J. 1. 1. p. 202 noot). — H. d. J. stelt in noot op H. R. 5 Maart 1928 W. 11824 de vraag of een procureur zich mag laten schrappen om daardoor invloed te oefenen op den rechtsgang. Hij antwoordt in het algemeen ontkennend, omdat er wetsontduiking in ligt. Maar hij neemt een uitzondering aan voor het geval dat door een z.g. test-case aan de cliënten kosten moeten worden bespaard.

Sluiten