Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 860.

P. 860 reg. 11 v. o. — Toevoeging: 2. Over art. 6 lid 2 zie W. 11418 p. 8, 11422 p. 4, 11427 p. 8. De lege ferenda Kbuseman in R. Mag. 1928 p. 301—306.

3. Over de vraag of deurwaarders ambtenaren zijn in den zin van art. 180 Swb., implicite bevestigend H. R. 9 Jan. 1928 W. 11784. Ygl. E. Polak aldaar p. 7.

Art. 7.

P. 861 reg. 2 v. b. — Toevoeging: 3. In art. 7 zijn bedoeld de deurwaarders bij het college, waarvóór de zaak dient, niet alle deurwaarders. Anders zouden de woorden „bij het collegie" overbodig zijn.

Hof Amsterdam twee arresten van 16 Nov. 1928 W. 11942, N. J. 1930 p. 367 en 1929 p. 399. — De aangehaalde woorden hebben betrekking op de procureurs, maar als uit die woorden niet mocht worden afgeleid dat zij middellijk ook op de deur-

: waarders zien, zouden zij toch overbodig zijn.

P. 862. Art. 11.

P. 862 reg. 9 v. b. —Toevoeging: In gelijken zin Ktg.'s-Gravenhage 23 Juni 1893 Repertorium IV no. 496. Zie echter de volgende beslissingen: 1° Ktg. Rotterdam 2 Aug. 1926 N. J. 1926 p. 909: al spreekt art. 11 enkel van exploiten, het geldt naar zijn strekking mede voor afschriften. Dit ligt ook opgesloten in het begrip „afschrift". In dien geest nog 2° Ktg. 's-Gravenhage 3 Dec. 1926 W. 11630: daar het afschrift eener dagvaarding voor hem, die het ontvangt, geldt als oorspronkelijke dagvaarding en gedaagde in staat moet zijn de berekende kosten te controleeren, mogen, als de specifikatie der kosten enkel in de oorspronkelijke dagvaarding, maar niet in het afschrift is vermeld, die kosten niet in de begrooting der proceskosten worden geleden. — Tegen dit vonnis Schmitt in W. 11636 p. 7—8.

Sluiten