Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 865.

van 10 Juni 1920 Staatsblad 177, bij de wet van 25 Juni 1929 Staatsblad 359.

Van het op de wet van 1910 Stbl. no. 181 aangeteekende vervalt de eerste alinea, vgl. bij p. 863 op de wetten van

1877 Stbl. 74—78.

WET YAN 5 JULI 1910, Staatsblad no. 182:

gewijzigd bij wet van 12 December 1929 Staatsblad no. 527.

P. 865 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Zie nog Canter-Cremers in W. 11630 p. 8. — Over den te volgen weg ingeval van verschil van meening aangaande de verschuldigdheid van griffierechten, bij het innen daarvan gerezen, zie de Missive van den Min. v. Just. in W. 11515 p. 4 kol. 1—2.

P. 866 no. 2. — Toevoeging: Vgl. art. 8 Tarief v. Just. kosten ... in burgerlijke zaken, zie bij p. 870 en aldaar no. 1 op art. 17 j° 18 Rb. Rotterdam 11 April 1927.

P. 866 reg. 4 v. o. — Toevoeging: 5 A. Art. III in verband met art. IV.

a. Art. IY lid 4 geldt slechts voor de in lid 1 bedoelde geschillen, niet voor die, welke art. III lid 4 zonder aanwijzing eener administratieve instantie op verzoekschrift aan den gewonen rechter opdraagt, kennelijk ook ter beoordeeling der wettigheid van het dwangbevel.

Rb. 's-Gravenhage 8 Febr. 1927 W. 11702, N. J. 1927 p. 1363.

b. Zie (in appèl van het onder a genoemde vonnis) Hof 's-Gravenhage 28 Nov. 1927, vermeld bij R. O. p. 293 reg. 9 v. o.

P. 867. KONINKLIJK BESLUIT VAN 8 MAART 1879, Staatsblad no. 40.

P. 867 reg. 2 v. o. — Na „547" in te voegen: (gewijzigd 1929 Stbl. 162)

P. 867 reg. 1 v. o. — Toevoeging: (tekst 1929 Stbl. 50).

Sluiten