Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

President der Rechtbank. Appellabiliteit zijner beschikkingen. — II p. 508 (no. 12)

„ Zie Bestuursdaden Privaat recht. Zie Publiek en privaat recht.

Privilege. — II p. 260—261, 835 (no. 42a)

Procedeeren. Wijze van —. — lp. 42 Proceskosten. — Ip. 87—88, 91—93

Prorogatie van competentie. — II p. 27—29, 456—461, 497 (no. 4), p. 539—540 „ van jurisdiktie. — II p. 26—27 Provinciaal belang. Zie Rijksbelang Provinciale wet. Art. 126 sexies. — lp. 619, 620

n „ Art. 126 octies. — lp. 346—347, 466

„ „ Artt, 140, 141. — I p. 347, 380, 464, 523

(no. 2 i. f.) p. 524—531 „ „ Art. 153. — I p. 264 -265, 324, 360, 388 v. o.

513—514

Provisie. Vordering van —. — II bij p. 346 v. o. (no. 5 A) Publiek en privaat recht —. II p. 32—33 (Verwijzing) Publiekrechtelijke verplichting. Nakoming gevorderd. — II p. 104—105

Rangregeling. Zie Kosten —

Recht en feit in cassatie. Zie Feit

Rechter. Aansprakelijkheid en onafhankelijkheid van —. — I p. 767

„ Gebondenheid aan beslissingen van anderen. — I p. 276-400

„ Gebondenheid aan verwijzend arrest in cassatie. —

I p. 15 v. o.; II p. 823—825 „ Gebondenheid van administratieven — aan beslissingen

van burgerlijken —. — lp. 337—339 „ Gebondenheid van administratieven — aan strafvonnissen. — lp. 339

Sluiten