Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 42.

P. 42 noot 73. — Oppenheim, 5e dr. II p. 109—111 (art. 47, nu art. 53 Woningwet).

P. 43 noot 76. — O. Mayer 3e dr. I p. 105—106 met noot 5.

P. 43 tekst. IV. Publiekrechtelijke overeenkomsten.

§ 1. Bestaan en begrip van publiekrechtelijke overeenkomsten.

P. 43 noot 78 reg. 1 v. o. — Na „overtuigend" in te voegen: Evenmin die van Burckhardt in de bij p. 17 noot al. 1 geciteerde Festgabe p. 1—92, waarvan ondanks den titel dier bijdrage enkel p. 68—76 hierop betrekking hebben. Vgl. nog W. Jellinek, Verwalt.recht le dr. p. 242—246, die p. 238 al. 2 litteratuur vermeldt. Belangrijk is de bijdrage van v. d. Grinten in Gem.bestuur 7 p. 493 — 505.

P. 44 noot, reg. 3—7. — O. Mayer 3e dr. II p. 148—149, 150, 235, 238, 239, 252—256, 272-278, 380—382, 385, 389—390. Fleiner 8e dr. p. 192—194, 209—214.

P. 44 noot, reg. 7 v. o. — In plaats van Wpelt, lees: Apelt.

P. 44 noot, reg. 3 v. o. — Hatschek, Inst. le dr. p. 70—71 {niet: 165—173), 5e—6e dr. (Lehrb.) p. 56—58. — Na „Gesamtakt" in te voegen: Hierover zie nog o.a. Z. I. R. 1910p. 376; R. D. I. L. 1923 p. 43—46; G. Hüsserl, Rechtskraft und Rechtsgeltung I (1925) p. 28 v. o.—29.

P. 44 noot, reg. 1 v. o. — Toevoeging: Vgl. voorts Rb. 's-Gravenhage 16 Maart 1922 W. 10992; Sybenga in W. 11159 p. 3—4; Duchjit, Traité 2e dr. I p. 538—539jlsp. 268—317,111 p. 403 vv.; Jèze, Les Principes généraux du droit administratif, 3e dr. III (1926) p. 297—326 (Revue du droit public 1925 p. 161—194); J. Roüvière, A quel signe reconnaitre les contrats administratifs, diss. Parijs 1930; de bij noot 134 te citeeren diss. van Bichoffe p. 227—253, die wijst op de vaak bestaande analogie met de privaatrechtelijke contrats d'adhésion; A. ö. R. 47 (N. F. 8) p. 85—161, 53 p. 161—232 (p. 229—232 litteratuur) en 56 p. 32]—333; Hanseatische Rechtszeitschr. 11 A kol. 477—480

Sluiten