Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik dank u voor uw oprechte deelneming, vorst, ze is zeer vleiend voor mij, maar.... ik heb ze gevonden, en al lang.

—- Gevonden! Goddank !

— Die uitroep is zeer nobel van u, want vierhonderd roebel.... zijn zeker geen geringe zaak voor een arm mensch, met een talrijk verweesd gezin, die hard moet werken om te verdienen ....

— Maar daarom zei ik het toch niet! Natuurlijk, verbeterde de vorst snel, — ik ben ook wel daarom blij dat gij ze gevonden hebt,... maar ... hoe hebt gij ze dan gevonden ?

— Doodeenvoudig, ik vond ze onder den stoel, waarover mijn jas had gehangen, zoodat klaarblijkelijk de portefeuille uit den zak op den grond was gevallen.

— Hoe zoo onder den stoel ? Dat kan toch niet, want ge hebt me immers gezegd, dat ge in alle hoeken gezocht hadt, hoe kan het dan dat ge aan die voornaamste plek voorbij hebt gezien ?

— Dat is het eigenaardige ook, dat ik er gekeken heb! Ik herinner het mij maar al te goed, al te goed, dat ik er gekeken heb! Op handen en voeten heb ik gekropen, op die plaats heb ik gevoeld, terwijl de stoel aan den kant geschoven was, want ik vertrouwde mijn eigen oogen niet en ik zie, dat er niets is, een leege en schoone plek, kijk, net als mijn hand, en toch zoek ik door. Zulk een kleinzieligheid komt altijd weer bij den mensch voor, wanneer hij met alle geweld iets vinden wil.... bij opmerkelijke en verdrietelijke verliezen; hij ziet dat er niets is dan een leege plek, en toch kijkt hij er nog vijftien maal.

-— Goed, het zij zoo; maar hoe kan dat dan 1.... Ik begrijp nog altijd niet..., mompelde de vorst, als had hij een klap gehad, — ge hebt gezegd dat er eerst niets was en ge hebt op die plek gezocht en plotseling lag het daar?

— Ja, dan lag het plotseling daar.

De vorst zag met een vreemden blik naar Lebedef.

— En de generaal ? vroeg hij eensklaps.

— Dat is te zeggen, wat zou dat, de generaal ? begreep Lebedef weer niet.

Sluiten