Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het kabinet, ik was als derde tegenwoordig, ternauwernood door hen opgemerkt. Plotseling valt Napoleons blik toevallig op mij, een zonderlinge gedachte schittert in zijn oogen: „Kind!" zegt hij eensklaps tot mij. „Wat denk je: zullen de Russen mij volgen als ik het orthodoxe geloof aanneem en uwe lijfeigenen de vrijheid geef, of niet?" „Nooit," riep ik in verontwaardiging uit. Napoleon was getroffen. „In de van patriotisme schitterende oogen van dat kind," zei hij, „heb ik de overtuiging van heel het Russische volk gelezen. Genoeg, Davoust! Dat is alles fantasterij! Toon mij uw ander voorstel"!

— Maar ook dit plan was een groote gedachte! zei de vorst met duidelijke belangstelling. — Gij schrijft dat plan dus aan Davoust toe?

— Zij overlegden tenminste met elkaar. De gedachte was zeker Napoleontisch, een adelaarsgedachte, maar het andere plan was evenzeer een gedachte.... Dat was die beroemde „conseil du 1 i o n," zooals Napoleon zelf dien raad van Davoust heeft genoemd. Hij bestond daarin, dat men zich met alle troepen in het Kreml zou opsluiten, barakken bouwen, zich met versterkingen verschansen, kanonnen opstellen, zooveel paarden slachten als maar mogelijk was en het vleesch inzouten, zooveel mogelijk brood zich verschaffen en requireeren, en zoo te overwinteren, om zich met de lente door de Russen heen te slaan. Dit plan lokte Napoleon zeer aan. Wij reden eiken dag de muren van het Kreml rond, hij wees aan waar moest afgebroken, waar gebouwd worden, waar lunetten moesten komen, waar verschansingen, waar een rij blokhuizen — hij keek nauwlijks of 't gebeurde al! Eindelijk was alles voor elkaar; Davoust verlangde de definitieve beslissing. Weer waren slechts zij te samen met mij als derde. Weer ging Napoleon met gekruiste armen door de kamer. Ik kon mij van zijn gezicht niet losmaken, mijn hart bonsde. „Ik ga," zei Davoust. „Waarheen?" vroeg Napoleon. „Paarden laten inzouten," zei Davoust. Napoleon sidderde, het lot werd beslist. „Kind", zei hij eensklaps tot mij, „wat denk jij van ons voornemen ?" Natuurlijk vroeg hij mij dat op de wijze als soms een mensch

Sluiten