Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uur, had laten zitten, dat ze dan binnen was gekomen en dadelijk toen zij binnen was, den vorst een partij schaak had voorgesteld; dat de vorst niet veel verstand van schaken had en Aglaja hem direct had geslagen; ze was erg opgewekt geworden en had hem geweldig afgemaakt om zijn onhandigheid en vreeselijk uitgelachen, zoodat men medelijden kreeg als men hem aanzag. Daarna had zij een kaartspel, „doeraki", voorgeslagen. Maar toen was het geheel andersom uitgekomen; de vorst toonde zich in het „doeraki" zoo sterk als .... als een professor; hij speelde meesterlijk; hoe Aglaja hem ook bedroog, kaarten verwisselde en zijn slagen onder zijn oogen wegdiefde; toch had hij haar keer op keer, vijf maal achtereen geslagen. Aglaja was duivelsch geworden, had zich zelfs geheel vergeten; zij had den vorst zulke scherpheden en onbeschaamdheden toegevoegd, dat hij niet meer lachte, en zeer bleek was geworden toen zij hem ten slotte zei, dat zij, zoolang hij daar zat, haar voeten niet meer in dit vertrek zou zetten en dat het zelfs van geen eergevoel getuigde, dat hij bij hen gekomen was en dan nog wel 's nachts om één uur, „na al wat er gebeurd wa s". Daarna was ze heengegaan en had de deur dichtgeslagen. De vorst was vertrokken met een begrafenisgezicht, ondanks alles waarmee zij hem hadden trachten te troosten. Plotseling was Aglaja, een kwartier na het vertrek van den vorst, van boven komen rennen, het terras op, en dat met zulk een haast, dat zij zelfs haar verhuilde oogen niet had afgeveegd en ze kwam zoo aangeloopen omdat Kolja was verschenen en een egel had meegebracht. Toen waren ze met hun allen dien egel gaan bekijken; toen ze er naar vroegen verklaarde Kolja haar dat de egel niet van hem was, en dat hij op 't oogenblik een kameraad bij zich had, ook een gymnasiast, Kostja Lebedef, die op straat was gebleven en zich had geschaamd om naar binnen te gaan, omdat hij een bijl droeg; en dat ze zoowel den egel als de bijl zooeven gekocht hadden van een boer, dien ze hadden ontmoet. De boer had den egel te koop geboden en er vijftig kopeken

Sluiten