Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De genoegelijke stemming der familie was niet van langen duur. Den volgenden dag was er al weer oneenigheid tusschen Aglaja en den vorst, en zoo afwisselend bleef het onophoudelijk alle volgende dagen. Urenlang hield ze den vorst voor den gek en behandelde hem bijna als een hansworst. Zeker, ze zaten ook soms een of twee uur in het prieel in den tuin bij hun huis, maar men had opgemerkt dat de vorst Aglaja bijna al dien tijd de krant of een boek voorlas.

— Weet ge, zei Aglaja op een keer tegen hem, de krant onderbrekend, — ik heb ontdekt dat ge vreeselijk onontwikkeld zijt, ge weet nooit iets goed, wanneer men bij u navraagt: noch over wie het gaat, noch in welk jaar iets gebeurde, noch in welk verdrag iets staat. Ge zijt zeer beklagenswaard.

— Ik heb u gezegd, dat ik maar weinig geleerd heb, antwoordde de vorst.

— Maar wat is dat dan toch met u, als het zoo is ? Hoe kan ik dan achting voor u hebben ? Lees door; trouwens, 't is niet noodig, schei maar uit met lezen.

Maar weer flitste op dienzelfden avond iets voor allen zeer raadselachtigs in haar gedrag. Vorst Schtsch. was teruggekeerd. Aglaja was zeer vriendelijk tegen hem en had van alles over Jevgeny Pavlowitch geïnformeerd. (Vorst Ljev Nikolajewitch was er nog niet.) Plotseling had Vorst Schtsch. zich veroorloofd te zinspelen op een „nabijzijnde en nieuwe verandering in de familie", na enkele woorden, die aan Lisaweta Prokofjevna ontsnapt waren: dat het misschien noodig zou zijn om weer het huwelijk van Adelaïde uit te stellen, opdat beide huwelijken tegelijk zouden plaats hebben. Men kan zich onmogelijk voorstellen hoe Aglaja opstoof over „al die stomme veronderstellingen"; ook flapte zij er o.a. uit, dat „zij nog niet van plan was om de minnaressen van wie ook te vervangen".

Deze woorden hadden allen getroffen, maar vooral de ouders. Lisaweta Prokofjevna bestond er, in een gesprek, dat zij met

Sluiten