Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Die brief moet dadelijk bezorgd worden, bedisselde de vorst, — ik zal hem overhandigen.

— Maar zou het niet beter zijn, zou het niet beter zijn, o welopgevoede vorst, zou het niet beter zijn als wij....

Lebedef maakte een zonderlinge aangedane grimas, hij kon onmogelijk op zijn plaats stil blijven, het was of men hem plotseling met een naald stak en terwijl hij listig knipoogde maakte hij met de handen maar gebaren en liet iets zien.

— Wat meent ge ? vroeg de vorst dreigend.

— Zoudt ge hem niet uit voorzorg openen! fluisterde hij op roerenden toon en bijna vertrouwelijk.

De vorst sprong zoo heftig op, dat Lebedef aan den haal ging, maar toen hij aan de deur gekomen was bleef hij staan in afwachting of er geen zachtere stemming zou volgen.

— Och, Lebedef! Is het mogelijk, is het mogelijk om tot zulk een laagheid te komen, als waartoe gij zijt geraakt? riep de vorst bedroefd.

Lebedef's trekken klaarden op.

— Gemeen ben ik! Gemeen! kwam hij dadelijk naderbij, onder tranen zich op de borst slaande.

— Maar dat is toch gruwelijk!

—• Juist, gruwelijk. Dat is het goeie woord!

— En wat is dat toch voor een gewoonte van u om

zoo zonderling te doen ? Gij zijt toch gewoonweg

een spion! Waarom hebt gij anonym geschreven, en .... een zoo edele en goede vrouw verontrust? Waarom heeft ten slotte, Aglaja Iwanovna niet het recht om te schrijven, aan wie zij wil? Wat had ge daar dan toch vandaag te gaan klagen? Wat verwacht ge zoo te verkrijgen? Wat heeft u tot dit doen bewogen?

— Enkel een aangename nieuwsgierigheid en .... de gedienstigheid tegenover een edele ziel, dat is het! mompelde Lebedef. — Maar nu ben ik geheel de uwe, weer geheel de uwe! Al zoudt ge me hangen!

— Hebt ge u, zooals ge nu zijt, aan Lisaweta Prokofjevna vertoond? vroeg de vorst met afkeer maar nieuwsgierig.

Sluiten