Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de eerste maal van zijn leven zag hij een stukje van wat met den verschrikkelijken naam: „de wereld" wordt genoemd. Hij had al lang, uit hoofde van bizondere voornemens, overleggingen, neigingen, er naar gedorst om in dien betooverden menschenkring binnen te dringen en daarom was hij hevig in spanning naar den eersten indruk. Die eerste indruk was zelfs sprookjesachtig. Het kwam hem terstond en ineens zoo voor, alsof al die menschen werkelijk als geboren waren om bijeen te zijn; dat er op dezen avond bij de Jepantschins heelemaal niet zoo iets als een „avond" was, noch dat er zich gevraagde gasten bevonden, maar dat ze allemaal „van de familie" waren, en hij kwam zichzelf voor alsof hij al lang hun toegewijde vriend en geestverwant was, die nu na korte scheiding bij hen was teruggekeerd. De bekoring van voortreffelijke manieren, van eenvoud en schijnbare openhartigheid was bijna beheksend.

Het kon hem zelfs niet in de gedachte komen, dat al die openhartigheid en zieleadel, scherpzinnigheid en hooge persoonlijke waardigheid misschien enkel prachtige artistieke versiering waren. De meerderheid der gasten bestond zelfs, ondanks den eerbiedwekkenden buitenkant, uit tamelijke leeghoofden, die trouwens zelf, in hun zelfgenoegzaamheid er geen weet van hadden, dat veel hunner voortreffelijkheid enkel... versiering was, waaraan zij bovendien geen schuld hadden, omdat zij hun onbewust en als erfenis was toegevallen. Dit wilde de vorst zelfs ook niet maar vermoeden bij de verrukkelijke bekoring van zijn eersten indruk. Hij zag, bijvoorbeeld, dat die grijsaard, die gewichtige hooggeplaatste heer, die in jaren wel zijn grootvader kon zijn, zijn gesprek zelfs onderbrak om naar zoo'n jong en onervaren mensch als hij was, te luisteren, en dat hij niet enkel naar hem luisterde, maar blijkbaar aan zijn meening hechtte, zoo welwillend was hij tegenover hem, zoo waarlijk goedhartig, en toch zijn ze vreemden, zien ze elkaar voor den allereersten keer. Het kan zijn dat vooral de fijnheid dier beleefdheid op de heftige ontvankelijkheid van den vorst werkte. Het kan ook zijn,

Sluiten