Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Houd op! In Nastasja Filippovna's woorden klonk weerzin en men hoorde er de smart achter. — Gij hebt net

zooveel van mij begrepen als het kamermeisje van Darja

Alexejevna, die onlangs haar verloofde voor den vrederechter heeft aangeklaagd. Die zou mij beter hebben begrepen dan gij....

<— Dat is vermoedelijk een fatsoenlijk meisje, dat van haar arbeid leeft. Waarom betuigt gij dan zoo'n verachting tegenover een kamermeisje?

— Ik betuig geen verachting tegenover den arbeid, maar tegenover u, wanneer gij van arbeid spreekt.

— Als ge fatsoenlijk wildet zijn, hadt ge waschvrouw kunnen worden.

Beiden waren opgestaan en zagen in eikaars bleeke gezicht.

— Aglaja, houd op ! Dat is toch onrechtvaardig, riep de vorst, als geheel verward, uit. Rogoshin glimlachte al niet meer, maar luisterde met saamgeknepen lippen en gekruiste armen toe.

— Kijk, zie haar, zei Nastasja Filippovna bevend van woede, — zie die freule! En ik hield haar voor een engel! Zijt ge zonder gouvernante bij mij gekomen, Aglaja Iwanovna 1.... Maar wilt ge.... wilt ge dat ik u dadelijk, ronduit, zonder mooimakerij zeg, waarom ge mij hebt opgezocht? Ge waart bang, daarom hebt ge mij opgezocht.

— Ik was bang voor u ? vroeg Aglaja, buiten zichzelf van naieve en vermetele verwondering, dat de andere zoo tegen haar dorst te spreken.

— Zeker, voor mij! Ge zijt bang voor mij, indien ge kondt besluiten hierheen te komen. Wien men vreest, dien veracht men niet. En dan te denken dat ik u, zelfs tot op dit laatste oogenblik heb hooggeacht! Maar weet ge, waarom ge bang voor mij zijt, en wat nu uw hoofddoel was? Ge wildet zelf u persoonlijk overtuigen, of hij meer houdt van u of van mij, want gij zijt verschrikkelijk jaloersch ....

— Hij heeft mij al gezegd, dat hij u haat..... fluisterde Aglaja nauw hoorbaar.

Sluiten