Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze een vijfhonderd pas voort, maar plotseling overviel den vorst een rilling; Rogoshin had niet opgehouden met omkijken, al deed hij het ook minder ; de vorst verdroeg het niet langer maar wenkte hem met de hand. De ander kwam dadelijk de straat over naar hem toe.

— Is Nastasja Filippovna dan bij jou?

— Ja, bij mij.

— En was jij het die straks naar mij keek aan het raam van achter de gordijnen.

— Ja

— Maar hoe heb je dan....

De vorst wist echter niet wat hij verder vragen moest en hoe hij dien zin zou eindigen; bovendien klopte zijn hart zoo hevig, dat het spreken hem zelfs moeilijk viel. Rogoshin zweeg ook en keek hem net aan als te voren, als in gedachten verdiept.

— Nu, ik ga, zei hij plotseling, weer aanstalten makend om over te steken; — en ga jij op jouw gelegenheid. Laten we op straat niet samen gaan ..dat is beter voor ons ... ieder aan een anderen kant.... je zult zien.

Toen zij eindelijk langs de twee verschillende trottoirs de Gorochowaja indraaiden en het huis van Rogoshin naderden, werden den vorst de beenen weer zoo zwaar, dat hij bijna niet verder kon. Het was al ongeveer tien uur in den avond. De ramen aan den kant der oude mevrouw stonden evenals te voren open, bij Rogoshin waren ze dicht en het was of in den schemer de witte gordijnen ervoor nog opmerkelijker waren geworden. De vorst naderde het huis over het trottoir der overzijde; en Rogoshin bleef op zijn trottoir bij de stoep staan en wenkte met de hand. De vorst trof daar met hem samen.

— Ook de knecht weet nu niet, dat ik weer thuis gekomen ben. Ik heb straks gezegd, dat ik naar Pavlovsk ging; dat heb ik bij moeder ook gezegd, fluisterde hij met een listigen en bijna voldanen glimlach, — wij gaan nu binnen en niemand zal het hooren.

Sluiten