Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een beroep op de netelige positie, waarin de debiteur komt te verkeeren, die niet weet of zijn schuldeischer alsnog nakoming met schadevergoeding, dan wel schadevergoeding alleen, mogelijk zelfs ontbinding zal vragen. Dat moge waar zijn, in die onaangename positie heeft hij zich dan toch zelf gebracht. En voor den crediteur zou het zeker niet minder lastig zijn, indien hij, na eerst door zijn schuldenaar te zijn gedupeerd, nog niet eens in vrijheid de maatregelen kan nemen, welke hij het meest geschikt acht om de daardoor ontstane moeilijkheden op te heffen. Er is dus geen enkele reden om hem het recht te ontnemen vrijelijk te kiezen tusschen de twee of drie wegen, die hij, nadat de debiteur in verzuim is geraakt, kan inslaan.

Mag de debiteur dan niet goed maken wat hij heeft misdaan? Natuurlijk wel. Doch op de wijze, die de crediteur aangeeft. Te zware eischen kan de crediteur niet stellen. De wet geeft immers niet alleen aan, tusschen welke mogelijkheden hij kan kiezen, doch omlijnt en beperkt zelfs de gevolgen van deze rechtsmiddelen. Doch de keus tusschen deze mogelijkheden is den crediteur overgelaten.

§48. Wij zagen reeds, dat het in verzuim wratpn van A^n rloKifo,,^

het belangrijke gevolg heeft, dat hij schadeplichtig wordt. Voorts dat hij, de gelegenheid om te praesteeren verzuimd hebbende, niet meer kan praesteeren zonder toestemming van den crediteur.

Er zijn aan het verzuim nog twee andere belangrijke gevolgen verbonden. De eerste betreft hetjisica_JBestaat de verbintenis in de verplichting om een zekere en bepaalde zaak te geven, (species-schuld), dan is deze zaak, zoo bepaalt art. 1273, van af het oogenblik, waarop de verbintenis ontstond, dus ook reeds voor de levering, voor risico van den crediteur. Dat komt tot uiting in het beroep op overmacht, dat de debiteur casu quo tot zijn bevrijding kan doen. Met het intreden van het verzuim verandert dit echter. Vanaf dat oogenblik draagt de debiteur het risico. Ook als de zaak derhalve door eenig, den debiteur niet toe te rekenen,

kan er slechts uit lezen, dat, zoo onze wet zuivering zou toelaten, dat toch zeker niet anders zou kunnen geschieden dan met gelijktijdige' vergoeding der vertragingschade. Daar deze in het toen behandelde geval echter met was aangeboden, behoefde de vraag of de wet zuivering toelaat, niet te worden beslist.

Sluiten