Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overmacht bij verbintenissen uit de wet.

§ 101. De overmachtsleer heeft hare ontwikkeling in het bijzonder te danken aan de bespreking van de overmachtsvraag bij verbintenissen uit overeenkomst. In de bovenstaande beschouwingen werden de gegeven voorbeelden dan ook steeds aan de verbintenissen van dezen aard ontleend en bij de heele bespreking werd — zooals in de litteratuur eigenlijk steeds geschiedt — voornamelijk aan de verbintenis uit overeenkomst gedacht. Zoowel de artt. 1280 en 1281 als art. 1480 staan evenwel in de afdeelingen, die alle verbintenissen beheerschen, onverschillig of zij in de wet dan wel in contract hun oorsprong vinden. De afzonderlijke regeling in art. 1480 t. a. v. de aansprakelijkheid van den dief, bewijst nog in het bijzonder, dat in dat artikel ook aan de verbintenissen uit de wet is gedacht.

In het algemeen zal men dus de hiervoor uit de wet afgeleide overmachtsregels ook op deze laatste verbintenissen van toepassing mogen achten. De man, die het vermogen van zijn vrouw heeft beheerd en, na ontbinding van het huwelijk deze goederen aan haar of hare erven moet teruggeven, zal zich dus in dezelfde gevallen op overmacht kunnen beroepen als een debiteur uit overeenkomst. Hetzelfde zal de zaakwaarnemer kunnen doen, die b.v. door een ernstige ziekte verhinderd is de taak, welke hij op zich genomen heeft, af te maken (art. 1390). Zoo zal het ook zijn met hem, die uit onverschuldigde betaling (welke ook kan bestaan in het leveren van goederen tot voldoening van een vermeende of gepretendeerde schuld) tot restitutie van eenig goed verplicht is. Hier blijkt dat zelfs nog in het bijzonder uit de wet, daar art. 1398 t. a. v. dengene, die een onverschuldigd voorwerp in betaling ontving, de verplichting tot teruggave, ondanks overmacht, handhaaft, indien hij bij het ontvangen te kwader trouw was.

§ 102. Een afzonderlijk woord eindelijk over de overmacht bij de verbintenis uit onrechtmatige daad. Daarbij houde men in het oog, dat het vergoeden van schade hier niet, als bij verbintenissen uit overeenkomst, een subsidiaire verplichting is, die in de plaats treedt van nakoming, doch hier de eenige inhoud der verbintenis uitmaakt. De nakoming dezer verbintenis bestaat juist in het

v. Bkakel, Verbintenissenrecht. 9

Sluiten