Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matige daad het besef door, dat de overmachtsregeling niet slechts de — negatieve — sanctie is van de aansprakelijkheid voor schuld, doch een maatschappelijk gewenschte risicoverdeeling tot doel heeft, waarin het schuldelement wel een rol speelt, doch niet het eenige en alles beheerschende vraagstuk is.

Aan een risico, dat krachtens partij afspraak op een der partijen zou rusten, viel bij onrechtmatige daad evenwel niet te denken. Ook is het slechts zelden mogelijk te spreken van een risico, dat krachtens den aard der tusschen partijen bestaande rechtsverhouding op een der partijen rust. Meestal bestaat er, vóór de onrechtmatige daad begaan is, in het geheel geen rechtsband tusschen partijen. Een enkele maal is het anders en bestaat tusschen partijen een rechtsbetrekking, welke zonder een contract te zijn, toch daarmede gelijkenis vertoont. Dat komt b.v. wel voor bij publiekrechtelijke verhoudingen. Zoo nam het Amsterdamsche Hof aan \ dat een gemeente, die een haven exploiteert en de schippers verplicht aan bepaalde, namens het gemeentebestuur aan te wijzen, boeien te meeren, daardoor de verantwoordelijkheid aanvaardt voor de vereischte stevigheid van boei en beugel, zoodanig dat dat deze bij eene niet abnormaal groote windkracht niet zal mogen breken. 2 Hier is de gelijkenis groot3 en kan het inderdaad ook voorkomen, dat uit den aard der rechtsverhouding wordt afgeleid, dat een bepaald risico op een der partijen rust.

§ 105. Dergelijke gevallen zijn echter zeldzaam. Meestal is een analogie met het contractenrecht niet mogelijk. Moest men dan aannemen, dat bij de onrechtmatige daad de overmacht een veel ruimer gebied bestreek, dan t. a. v. verbintenissen uit overeenkomst? Dat scheen onaannemelijk. 4 Zoo drong zich hier de

1 Arrest 16 Maart 1932, W. 12450; N. J. 1932, 737. Cassatie verworpen bij arrest H. R. 5 Mei 1933, W. 12612, N. J. 1933, 875-

2 In eerste instantie had de rb. hier dan ook het bestaan van een overeenkomst aangenomen.

3 Het Hof bespreekt de aansprakelijkheid uit het oogpunt der bij het gemeentebestuur bestaande „schuld". De redeneering krijgt daardoor m. i. iets gewrongens, dat vermeden zou zijn, indien men ronduit als uitgangspunt had genomen, dat op de gemeente in zulke gevallen een bepaald risico rust.

4 Een enkele maal ziet men dan ook den rechter grijpen naar hetzelfde

Sluiten