Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of rechtsverhoudingen, waaruit de wet zelf verbintenissen doet ontstaan. Datzelfde gevolg heeft het verloopen van den tijd, voor welke een rechtsbetrekking tot stand kwam. Men kan evenwel deze gevallen met de in art. 1417 genoemde niet op een lijn stellen, juist omdat het afloopen van den termijn, voor welke een overeenkomst is aangegaan of de dood van den debiteur, welke, om de familiebetrekking, waarin hij tot den crediteur stond, verplicht was dezen onderhoud te verschaffen, de uit die rechtsverhoudingen inmiddels geboren verbintenissen onaangetast laten. De vorderingsrechten, welke de schuldeischer inmiddels verkregen heeft, blijven bestaan en gaan eerst te niet door betaling, kwijtschelding of een der andere in art. 1417 genoemde manieren. Dat de dood en het afloopen van den tijd, gedurende welke een rechtsbetrekking bestaat, in art. 1417 niet zijn genoemd, is dus zeker geen omissie. Integendeel het is volkomen juist gezien om een onderscheid te maken tusschen het eindigen van de rechtsbetrekking, waaruit een of meer verbintenissen ontstaan en het tenietgaan dier verbintenissen zelf. Dit laatste is het, wat zoowel in art. 1417 als in de volgende afdeelingen behandeld wordt. De uitdrukking „verbintenis" is hier gebruikt in zijn eigenlijken zin van verplichting tot een bepaalde, geïndividualiseerde, praestatie of, van de zijde des crediteurs bezien, van een vorderingsrecht in concreto.

Houdt men dit in het oog, dan is ook niet moeilijk in te zien de ongegrondheid van het verwijt, dat hier gezwegen is van opzegging, onder curateele stelling e. d. Dergelijke gebeurtenissen beëindigen sommige rechtsbetrekkingen waaruit te voren verbintenissen kunnen zijn voortgekomen, doch deze verbintenissen zelf blijven bestaan, totdat betaling, of een der andere in art. 1417 genoemde wijzen van te niet gaan, aan hun bestaan een einde maakt. Evenmin doen cessie of subrogatie een verbintenis in dezen zin te niet gaan. Zij hebben alleen verandering in den persoon des crediteurs tengevolge. 1

1 Geheel en al buiten het te niet gaan van verbintenissen, in den in art. 1417 bedoelden zin, ligt de gerechtelijke executie (faillietverklaring daaronder begrepen), welke Diephuis (X, blz. 472) hier mist. Executie toch is niet anders dan een gedwongen betaling.

Eindelijk zegt men, dat hier had moeten worden genoemd de „liberatoire overeenkomst". Dat is evenwel een uitdrukking, waarvan het twij-

Sluiten