Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats heeft men de gevallen, waarin de derde als min of meer zelfstandig tusschenpersoon tusschen crediteur en debiteur optreedt, gelijk b.v. de notaris, die de hypotheekacte verleden heeft en te wiens kantore rente en aflossing plegen te worden gestort. Ontvangt hij deze gelden namens den schuldeischer of neemt hij tegenover den debiteur op zich ze den schuldeischer te doen toekomen?1

Het kan ook zijn, dat niet over het bestaan, enkel over de grenzen der lastgeving verschil van meening bestaat. De rechtspraak leidt dan uit art. 1844 af, dat de crediteur door de handelingen van zijn lasthebber gebonden is, ook al gaan zij den last te buiten, indien het optreden van den crediteur zelf bij den schuldenaar den indruk heeft moeten wekken, dat de volmacht ook die handelingen omvatte. 2

§ 114. De plaats van betaling. Deze is v.z.v. noodig in art. 1429 geregeld. Voor zooveel noodig. Want in de allereerste plaats hebben de partijen zelve daaromtrent te beslissen. 3 In de eerste plaats vrage men dus of de verbintenis zelf t. a. v. dit punt eenige bepaling of aanwijzing bevat, waarbij men bedenke, dat overeenkomsten ook geacht worden te bevatten de bestendig gebruikelijke bedingen. Zoo zal het bij vele inkoopen, in winkels gedaan, zeker gebruikelijk zijn, dat het gekochte door den winkelier bij den kooper wordt bezorgd. Een gekochte dameshoed of een groot kunstvoorwerp pleegt men na den aankoop, niet zelf mede te nemen. Bij zulke koopcontracten aangaande „zekere en bepaalde" zaken, zal dus, in afwijking van wat art. 1429 bepaalt, levering ten huize van den kooper als bedongen gelden, ook al is daaromtrent niets afgesproken.

Eerst indien de overeenkomst noch rechtstreeks, noch indirect ten deze iets bepaalt, treden de in art. 1429 gegeven voorschriften in werking. Een zekere en bepaalde zaak moet geleverd worden , — zoo wordt daar bepaald — ter plaatse waar zij zich bij het

1 Zie b.v. Hof Arnhem 8 April 1924, N. J. 1924. 694; rb- Utrecht 24 November 1925, N. J. 1927, 782- .

2 Zie H R 6 Mei 1926, W. 11513, N J. 1926, 720; 18 Juni 1926, W. 11529, N. J. 1926, 1021 en 23 Maart 1928, W. 11837, N. J. 1928, 730.

3 Een bespreking van de daaromtrent meest voorkomende bedingen in den handel vindt men bij Tan Tjeng Eng, De verplichtingen van den

> kooper, Hoofdstuk IV.

Sluiten