Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In al deze gevallen ontvangt de schuldeischer van zijn schuldenaar niet datgene, wat hij te vorderen heeft, doch slechts het middel, zich zelf de praestatie te verschaffen, door zijn postwissel te innen, uitbetaling van zijn tegoed bij den girodienst te vragen, of — vroeger — door de bankbiljetten te gaan wisselen.1 In den regel gaat dit ook goed en neemt niemand daaraan aanstoot. Vaak brengt deze wijze van voldoening ook voor den schuldeischer gemak mede. Doch een paar jaar geleden heeft de postgirodienst hare loketten gedurende vele maanden gesloten gehouden. Toen rees de vraag, of en zoo ja, op welk oogenblik betaling had plaats gehad. Indien de verbintenis niets daaromtrent inhoudt — rechtstreeks noch indirect — was het antwoord natuurlijk, dat, waar geen wettige betaling plaats had gehad, geen sprake kon zijn van het tijdstip, waarop deze zou zijn geschied. Doch minder eenvoudig is het, indien zoo'n wijze van betaling door p.p. is mogelijk geoordeeld of zelfs verplicht. Kan de debiteur dan niet beweren, dat zijn verbintenis enkel strekte tot het verschaffen van een vordering op het Staatsbedrijf der post en telegrafie? In den regel moet een dergelijk beding echter steeds geacht worden te zijn gemaakt onder het voorbehoud, dat uitbetaling door den girodienst te allen tijde mogelijk is en dat dus ook, indien die mogelijkheid niet bestaat, ook (nog) niet is betaald. 2 De strekking van al zulke bedingen is m. a. w. in den regel geen andere dan om betaling langs een omweg mogelijk te maken of daartoe zelfs te verplichten, doch geenszins om daardoor de verplichting tot eigenlijke betaling in iets anders om te zetten.

Anders zal het slechts zijn, indien uit de overeenkomst blijkt, dat de crediteur in den bankier of instelling zooveel vertrouwen heeft, dat hij een vordering op die bank of den girodienst gelijkstelt met het feitelijk bezit van geld. De schuldenaar is dan, te

1 Men zal den schulde^C^r niet verplicht kunnen achten zoodoende zijn medewerking tot het doen geschieden der effectieve betaling te verleenen, tenzij de verbintenis dat medebrengt. Intusschen doen de artt. 1375 en 1383 ook in dit opzicht hun invloed gelden. De rechtspraak is merkwaardig gauw geneigd de toestemming van den schuldeischer tot zoo'n wijze van betaling aan te nemen. B.v. is die wel afgeleid uit het feit, dat op het briefpapier van den crediteur diens gironummer stond gedrukt. Waarschijnlijk- achtte de rechter het in het geding geopperde bezwaar tegen deze wijze van betaling onredelijk of chicaneus.

2 In het handelsrecht geldt hetzelfde t. a. v. het beding „betaling door wissels" dat in vele contracten voorkomt.

Sluiten