Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaard." Daardoor heeft hij, zoo betoogt men, zijn recht om zich op de ondeugdelijkheid te beroepen „verwerkt".1

Deze tegenwerping dient dus, niet om het bewijs der ondeugdelijkheid bij voorbaat te weerleggen, doch om het onderzoek naar de deugdelijkheid der praestatie af te snijden en overbodig te maken. Wordt zij door den rechter aanvaard en gegrond bevonden, dan kan dat den loop van het geding vaak aanmerkelijk bekorten en vereenvoudigen. Sommige rechters zijn reeds om die reden deze exceptie gunstig gezind. Doch, indien zij eenerzijds dienst kan doen om een chicaneus rekken van het proces te voorkomen, zij wordt soms ook door den debiteur aangevoerd, in de hoop daardoor het onderzoek naar eigen plichtverzuim af te snijden. Er is dus reden om zich goed rekenschap te geven van de redenen, die tot aanvaarding van dit verweer kunnen leiden.

§ 121. Waarop berust de stelling, dat de kooper of andere crediteur, die heeft „aanvaard" of „geaccepteerd", daarna niet meer een beroep kan doen op de gebreken van wat hem als een deugdelijke „betaling" der schuld is aangeboden?

Soms staat er iets over in de overeenkomst. Het komt b.v. in den handel vaak voor, dat het reclameeren over gebreken van het goed aan een bepaalden korten termijn wordt gebonden. Zulk een beding, mits door beide partijen aanvaard 2, is volkomen gel-

1 Het „verwerken" van een recht, dat is door eigen toedoen de bevoegdheid verliezen zich op dat recht te beroepen, doet zich in allerlei gevallen en schakeeringen voor. De „acceptatie" en de „afstand van recht" zijn onderdeden van een grootere groep. Zie het opstel van Weststrate. De wet bevat bepalingen, die men als bijzondere gevallen kan beschouwen, zoo de bekrachtiging van de artt. 172 en 1492, die men als afstand van recht kan opvatten, zoo ook art. 1929 en 1931. Het geval van art. 1929 kan ook een nadere overeenkomst zijn. Zie ook art. 146 2 (wettelijk vermoeden betreffende afstand van recht). Ook de (vernietigende) verjaring berust ten deele op deze opvatting. Men zie ook het opstel van Mr. A. J. verstegen, Ondeugdelijke levering bij soortkoop, in R. M. 1923, waarin veel rechtspraak wordt vermeld. Het tweede gedeelte behandelt het verlies van klachtrecht.

2 Dat is niet het geval, indien alleen bij de levering door den leverancier wordt verklaard, dat hij aanmerkingen op het geleverde slechts gedurende korten tijd in ontvangst wil nemen. Daarin heeft de kooper niet toegestemd en die eenzijdige verklaring kan niet aan den inhoud der overeenkomst een te voren niet gemaakt beding toevoegen. Indien dus op de factuur, die de goederen begeleidt, staat gedrukt „reclames binnen 8 dagen" of iets van dien aard, en te voren daaromtrent geen overeenstemming was verkregen, weigert de rechter constant zulk een mededeeling als voor den geadresseerde bindend te beschouwen.

Sluiten