Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bestaat er een verplichting tot aannemen bij de tegenpartij, dan zal deze door het aanbod te weigeren in verzuim raken, met alle gevolgen daaraan verbonden 1 (verplichting tot schadevergoeding, overgang van risico, mogelijkheid van ontbinding).

§ 135. Het aanbod kan worden gevolgd 2 door consignatie, de gerechtelijke in bewaring stelling, die in art. 1442 j°. de artt. 794 e. v. Rv. nader wordt geregeld. De „plaats" door de wet tot het ontvangen van consignatiën aangewezen, welke in art. 14421 wordt genoemd, is thans, krachtens de wet van 11 Juli 1908 (S. 226) tot instelling van een consignatiekas, het kantoor van een der ontvangers der registratie, welke aangewezen zijn voor registratie van de akten van deurwaarders. Deze regeling is echter slechts bruikbaar voor geldschulden. Dat kan ook moeilijk anders. Anders zou de staat bij voorbaat bewaarplaatsen moeten inrichten voor alle mogelijke zaken in onbeperkte hoeveelheden.

Toch zijn de artikelen 1440—1448 ook op schulden van anderen aard toepasselijk, zooals uit art. 1440 (de geldsom of zaak) en art. 1448 duidelijk blijkt. V. z. v. het speciesschulden betreft geeft artikel 1448 een aanvullende regeling. De rechter kan daarvoor een, door den debiteur voor te stellen, bewaarplaats goedkeuren. 3 Doch voor genusschulden ontbreekt een regeling. Veelal acht men daarop de slotbepaling van art. 1448 bij analogie toepasselijk. 4

Voor verbintenissen tot het geven van een onroerend goed 5 en voor verbintenissen om te doen is echter geen regeling gegeven of uit de wet af te leiden. Evenwel komt de rechtspraak hier tot op zekere hoogte meer dan eens te hulp door, geheel onafhankelijk van deze bepalingen, met een beroep op art. 1374, te beslissen, dat de debiteur aan zijn verplichtingen heeft voldaan, indien

1 Zie over dit, ten onrechte dusgenaamde, crediteursverzuim hiervóór § 48.

2 Het kan zijn, dat een aanbod onmogelijk is; sommige auteurs staan dan consignatie toe zonder voorafgaand aanbod. Evenwel heerscht hieromtrent geen eenstemmigheid. Zie daarover WiEEEUMiER blz. 177, die zelf op het standpunt staat dat consignatie dan onmogelijk is.

3 Vgl. de speciale regeling in de artt. 94 en 495 K.

4 Bezwaren daartegen worden echter ontwikkeld door Wieleumier, blz. 178.

5 Zie WlEEEUMIER blz. 178.

Sluiten