Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij ter nakoming daarvan heeft gedaan, wat redelijkerwijze van hem kon worden gevorderd en de niet-volledige nakoming aan de schuld van den crediteur is te wijten. Zelfs in gevallen, waarin naleving van de artt. 1441 e. v. wèl mogelijk was, is vaak in gelijken zin beslistl.

§ 136. De gevolgen van de consignatie zijn van verdere strekking dan die van het aanbod. De schuldenaar wordt daarna geacht aan zijn verplichtingen te hebben voldaan. Hij is dus bevrijd (art. 14402); dientengevolge houden renten op te zijnen laste te loopen (art. 14422) en gaat het risico, dat tot op dat oogenblik op den schuldenaar mocht hebben gerust, op den crediteur over (art. 1440 slot). 2

Voor zoover des debiteurs recht op een contra-praestatie afhankelijk is van zijn eigen praestatie, wordt door de consignatie die voorwaarde vervuld. Hij kan daarna die contrapraestatie vorderen.

De kosten der consignatie mag hij van zijn crediteur terugvorderen. 3 Tot schadevergoeding en ontbinding zal hij evenwel slechts gerechtigd zijn, indien er wanpraestatie is aan de zijde van zijn tegenpartij, m. a. w. indien deze in verzuim is.

Intusschen draagt de aldus verkregen „bevrijding" van den debiteur een eigenaardig karakter. Zoolang niet de crediteur de in bewaring gestelde zaak heeft in ontvangst genomen, blijft zij eigendom van den debiteur.* Hij kan dan ook op zijn consignatie terug komen en het geld weer opvragen 5, in welk geval zijn schuld herleeft in den vorm, waarin deze bestond vóór de consignatie.

1 Zie b.v. rb. Amsterdam 19 Maart 1915, W. 9832, N. J. 1915, 563.

2 Tenzij deze verplicht was aan te nemen, in welk geval reeds het aanbod hem in verzuim heeft gesteld. Zie Suyung II n°. 208.

3 Mij dunkt, hij zal ze bij de consignatie bij wijze van compensatie mogen innen, door ze van het geconsigneerde bedrag af te houden.

4 Met geconsigneerde geldsommen zou dat ook zoo zijn, indien zij in natura ten verzoeke van den debiteur voor dezen of den crediteur werden bewaard. Evenwel, er wordt rente van vergoed (art. 8 Consignatiewet). Dat wijst er op, dat de Staat het geld niet behoeft te bewaren, doch het mag gebruiken. Wij hebben hier dus te doen met een z.g. depositum irregulare, waarbij de bewaarnemer, in casu de Staat, eigenaar van het geld wordt en de bewaargever slechts een vorderingsrecht, doch geen eigendomsactie heeft.

5 Failleert hij, dan zal de curator dat ten bate van den boedel kunnen doen. Of zijn crediteuren hetzelfde kunnen doen, na onder den Staat

Sluiten