Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nagelaten, dan zal dus de (onderstellen wij: eenige) erfgenaam die schuld moeten voldoen. Indien echter die erfgenaam uit anderen hoofde een vordering op den derde had, dan zullen, indien overigens aan de compensatieeischen voldaan is, beide schulden tenietgaan op het oogenblik van des erflaters dood. Ook het omgekeerde geval, dat de erflater eene vordering op een derde nalaat, die zijnerzijds dat bedrag van den erfgenaam te vorderen heeft, kan zich voordoen. Het kan echter ook zijn, dat de erflater zoowel schuldeischer als schuldenaar van den derde was, terwijl een dier vorderingen of beide nog niet opeischbaar waren op het oogenblik van het overlijden. Compensatie trad dus niet in. Zijn er nu meer erven en wordt de vordering op den derde aan een hunner toebedeeld, vóór zij opeischbaar is, dan zal de compensatie, bij het opeischbaar worden, slechts werken voor dat deel van de schuld des erflaters, waarvoor deze erfgenaam moet opkomen.

§ 166. Wat in de vorige paragraaf werd uiteengezet was slechts toepassing van de algemeene beginselen. Iets afwijkends, van hetgeen vroeger werd uiteengezet, is daarin niet gelegen. De wet spreekt dan ook niet bepaaldelijk over deze gevallen.

Wel echter treffen wij bijzondere bepalingen aan betreffende de werking van de compensatie, indien een vordering onder bijzonderen titel overgaat. Met name zijn genoemd het geval van beslag en dat van cessie. Daarnaast mag men dat van verpanding der vordering stellen. Het artikel, dat deze gevallen in het algemeen regelt, is art. 1470. Daarnaast bespreekt art. 1467 het geval van cessie nog eens speciaal en geeft daarvoor een eenigszins afwijkende regeling. Uit de volgorde en de plaatsing dezer beide artikelen zou men niet afleiden, dat tusschen beide dit verband bestond. Beide bepalingen zijn van elkaar gescheiden door eenige artikelen, welke weer andere onderwerpen regelen. Ook is het vreemd, dat de uitzondering voorop staat en de algemeene regel eerst daarna komt. Dit alles is echter gemakkelijk te verklaren uit de wordingsgeschiedenis. Art. 1467 en de beide volgende artikelen zijn ontleend aan Pothier. Art. 1470 is daarop door de ontwerpers van den C. C. toegevoegd. Zij vonden dit niet bij Pothier of Domat, doch ontleenden het aan de oud-Fransche praktijk. Aan een daarin gehuldigde stelling1 (geen compensatie

1 Zie MEREiN, Répertoire op Compensation § VI en DÉnisarT (uitg. van 1771), eveneens op Compensation, § 12.

Sluiten