Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijdsche vorderingen, dat reeds heeft plaats gehad, te negeeren en de schulden desondanks over en weer te betalen. Dat volgt reeds uit de algemeene beginselen van ons contractenrecht.4Bvenzeer volgt daaruit, dat zoodanige overeenkomst aan derden geen verplichtingen kan opleggen en dat de borgen en andere derden, die door pand of hypotheek een der vorderingen versterkt hadden, ondanks zoodanige overeenkomst, ontslagen blijven, als gevolg van de compensatie, die intusschen toch zijn werking had doen gevoelen. Indien art. 1471 dit alles alleen maar herhaalde, zou het overbodig zijn. Doch het artikel gaat verder. Het verbindt dezelfde gevolgen ook aan een betaling, geschied nadat reeds compensatie heeft plaats gehad, ook al was hij, die betaalde, daarbij onwetend van het bestaan eener tegenvordering, zoodat aan eene overeenkomst tusschen pp. niet kan worden gedacht, of indien hij onder pressie of in dwaling heeft gehandeld. In al deze gevallen mag hij ook zijn tegenvordering weer als herleefd beschouwen. Sproot zijn handeling voort uit een „wettige reden van onkunde", was deze onkunde, met andere woorden, verklaarbaar en vergefelijk, dan blijven de zekerheden door derden gesteld, evenals de preferenties, die mogelijk aan de vordering verbonden waren, gehandhaafd. De bepaling bevat dus een regeling van een sterk aan dwaling herinnerend geval y.

Wie een schuld heeft betaald, welke eigenlijk reeds door compensatie was te niet gegaan, doch zonder dat hij geacht kan worden van de gevolgen der compensatie afstand te hebben gedaan, zal bovendien nog een ander recht hebben. Hij heeft onverschuldigd betaald2 en kan ook op dien grond het betaalde terugvorderen. Dit recht wordt hem door art. 1395 toegekend. Hij heeft dus de keus tusschen twee vorderingen. Bij het instellen van de condictio indebiti zal hij echter nooit, ook niet als in dwa-

1 Juist omdat het geval, dat in dwaling is betaald, ook door art. 1471 wordt bestreken, acht ik het niet aannemelijk, dat daarnaast ook een vordering tot nietigverklaring dezer betaling op grond van dwaling mogelijk zou zijn.

2 Waren beide partijen zich bewust van het bestaan van een tegenvordering en zijn zij overeengekomen de gevolgen der compensatie te negeeren, dan zal hij, die betaald heeft, niet meer kunnen zeggen onverschuldigd te hebben betaald en dus ook geen recht meer hebben zich op art. 1395 e. v. te beroepen.

Sluiten