Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijft, dat de schenking — als overeenkomst — de verplichting oplegt tot overgave van geld of goed, terwijl de kwijtschelding — hoe zij dan ook tot stand komt — gericht is op het bevrijden van een verbintenis, welke bevrijding ook door de kwijtschelding zelve tot stand komt.1 De formeele vereischten, aan een schenkingsovereenkomst gesteld, gelden dus ook niet voor een overeenkomst tot kwijtschelding. Nog minder valt daaraan te denken, indien men een eenzijdige handeling voldoende acht.

§ 177. Geeft de wet geen definitie van wat kwijtschelding is, noch ook een uitdrukkelijke omschrijving van de wijze, waarop zij tot stand komt, wèl regelt zij het bewijs.2 Natuurlijk gelden in het algemeen de gewone bewijsregelen.

Art. 1474 is daarvan geen afwijking. Afstand van een recht om niet is minder spoedig aan te nemen, dan afstand tegen een vergoeding. Een rechter, die zijn taak juist opvat, zou dat zeker ook bedenken, indien art. 1474 het hem niet nog eens inscherpte. Evenmin zal zoo'n rechter behoefte hebben aan de waarschuwing, hem door art. 1477 gegeven. Teruggave van een pand, zegt dat artikel, schept niet het vermoeden, dat de geheele schuld kwijt gescholden is. Het behelst dus het verbod, om uit dat teruggeven een vermoeden voor een totale kwijtschelding af te leiden. Voor een consciëntieus rechter mag een dergelijk voorschrift tamelijk overbodig heeten. Op zich zelf blijkt uit dat teruggeven immers niet anders, dan dat de crediteur afstand doet van de hem door het pand gegeven zekerheid. Om aan te nemen, dat hij tevens zijn vorderingsrecht heeft willen opgeven, zal er iets bij moeten komen, een verklaring of handeling, waaruit de bedoeling tot kwijtschelding blijkt. En indien dat het geval is, zal art. 1477 niet beletten, dat men in verband met die andere verklaring of handeling óók aan het teruggeven van het pand beteekenis toekent.

Op analoge gronden kan men art. 1478 overbodig achten.

1 Wel worden somtijds, b.v. in belastingwetten, uit practische overwegingen, schenking en andere vormen van bevoordeeling over één kam geschoren.

2 In één geval, art. 1476, ook de gevolgen, die zich echter aansluiten aan de elders in de wet voor hoofdelijke schulden gegeven regeling.

v. Bbakel, Verbintenissenrecht. 15

Sluiten