Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weest dat ook ons wetboek een onduidelijke terminologie bezigt. Zoo wordt in art. 1482 gesproken van overeenkomsten, welke „van rechtswege nietig" zijn en daarom moeten worden „nietig verklaard", terwijl uit de volgende artikelen duidelijk blijkt, dat hier geen sprake is van wat wij hierboven als nietigheid van rechtswege aanduidden, doch van een nietigheid, welke door den rechter moet worden uitgesproken.

De kennis der geschiedenis heeft in dit geval dus deze beteekenis, dat zij ons het ontstaan der termen verklaart, waarvan onze wetgever zich bedient, doch daarnaast ook deze, dat zij ons duidelijk aantoont, dat deze oude onderscheiding voor ons van geen enkele beteekenis meer is, en dus ook geen invloed kan uitoefenen op de vaststelling van den inhoud of werkingsfeer onzer wetsbepalingen.1

§ 185. Terwijl het verklaarbaar is, dat de wet geen algemeene beschouwingen wijdde aan de nietigheid van rechtswege, kon over de nietigheid, welke door den rechter moet worden geconstateerd, niet worden gezwegen. Niet alleen was een aanwijzing der gevallen noodig, doch ook moest t. a. v. den rechtsgang het een en ander bepaald. Dit geschiedt met eenige uitvoerigheid op twee plaatsen in ons wetboek. De artt. 140 e. v. regelen de nietigverklaring van het huwelijk, de thans te bespreken artikelen 1482— 1492 die van verbintenissen. De vraag of de hier behandelde nietigheden een relatief dan wel een absoluut karakter dragen staat hier dus ook buiten. Uitsluitend het criterium nietig-vernietigbaar is hier gebezigd. Aangezien hier t. a. v. een aantal bepaald omschreven nietigheden is voorgeschreven, dat zij, om hun werking te kunnen uitoefenen, eerst door den rechter moeten worden uitgesproken, volgt uit deze regeling ook, dat t. a. v. alle andere nietigheden ditzelfde niet geldt. Men kan daarom de

1 Iets anders is het, indien men zich op het oude recht beroept om aan te toonen, dat een bepaald geval aan de werking van art. 1490 is onttrokken, omdat in het oude recht, de overeenkomstige actie noch als een action en nullité, noch als een action en rescision gold. Men doet dan niet het oude onderscheid herleven, doch bezigt de geschiedenis, om vast te stellen, wat de werkingsfeer van art. 1490 is. Zoo deed b.v. de H. R. bij arrest van 10 Nov. 1921, W. 10832, N. J. 1922, 77, al zijn voor de daar uitgesproken stelling ook wel andere argumenten dan historische aan te voeren. Zie de noot van -Star Busmann in W. 10832.

Sluiten